Over lezen

Al eerder schreef ik dat ik een fervent lezer ben. Voor manLief geldt dat eveneens. Beiden koesteren wij de herinneringen aan de lange avonden die we lezend in bed doorbrachten. Vaak stiekem, met de gordijnen op een kiertje of met een half oor luisterend naar de geluiden in de woonkamer. Bij het minste gerucht werd het lichtje uitgeknipt, waarna onze ouders even later kwamen constateren dat ze inderdaad een ‘KLIK’ hadden gehoord. Warme gloeilampjes zijn lastig te verbergen…

Ook onze kinderen zijn dol op boeken. Dat kan ook haast niet anders, met de hoeveelheid leesvoer die aanwezig is in ons huis en het lezende voorbeeld van ons als ouders. Ik ga graag en geregeld met beide kinderen naar de bieb hier in de stad. Soms fietsen wij naar de bieb in de buitenwijk voor een iets ander aanbod. Wij hebben, zéér bewust, een dagelijkse krant (ook al moeten we soms heel snel doorbladeren om de ergste ellende nog niet uit te hoeven leggen). Op verlanglijstjes staat ook altijd een boek, vaak meer dan één.

En wat lezen wij dan zoal, vooral met / voor onze kinderen:

Paul van Loon – Zelf ben ik van de generatie ‘Griezelbus’, mijn broertje is vervolgens aangehaakt met Dolfje Weerwolfje en die laatste verhalen zijn ook favoriet bij onze oudste. Vooral ’s avonds voor het slapen gaan zijn het de, spannende, verhalen van Dolfje die zijn voorkeur hebben. Voor onze jongste is het Foeksia de Miniheks, eveneens van Paul van Loon, die we mogen voorlezen. Ze heeft een paar verhalen van Foeksia en die zijn ieder al zeker 10x gelezen sinds de decembermaand.

Het Muizenhuis – mijn schoonmoeder, vorig jaar maart overleden, was heel erg fan van het Muizenhuis vooral vanwege de enorme gedetailleerdheid van alle verschillende kamers in het huis. Haar boeken van het Muizenhuis hebben wij mogen meenemen en staan bij onze jongste op haar kamer. Erg leuk dat zij die verhalen nu ook meer en meer gaat waarderen en hoe we met elkaar de bijzonderheden in de platen kunnen ontdekken.

Roald Dahl – Wat ik zelf erg leuk vind is om een verhaal voor te lezen dat we op een later moment in filmvorm kunnen bekijken. Bovendien zocht ik een oplossing voor het soms trage eten van de kinderen. In plaats van ze op te jagen hun bord leeg te eten (omdat ik al lang klaar ben en eigenlijk verder wil) pak ik nu geregeld een boek en lees ze voor. Op voorwaarde natuurlijk dat ze dan blijven dooreten 😉 Zo hebben we Sjakie en de Chocoladefabriek en De Fantastische Meneer Vos in stukken na het eten gelezen. Van de eerste hebben we daarna ook de film (de originele film, niet die met Johnny Depp) gezien. Van de tweede staat die film nog op mijn lijstje voor een familie-film-middag.

Andere klassiekers die we hebben (voor-)gelezen zijn bijvoorbeeld Pluk van de Petteflet, aan beide kinderen toen zij de peuterleeftijd hadden. De Zevensprong van Tonke Dragt, waarbij we in de zomervakantie ook twee weken lang de oude tv-serie hebben gekeken elke avond. De dwergjes van Tuil, van Paul Biegel, voor onze jongste als verhaaltjes voor het slapengaan. En tot slot kan ik de Kleine Kapitein, eveneens van Paul Biegel, niet overslaan. Hiervan hebben we de luisterboeken die ik aanzet als ik samen met beide kinderen een langere autorit maak.

Hoe is het met jouw leeshonger gesteld? Ken je zoiets als leeshonger en heb je dat overgebracht op je kinderen? En welke boeken moeten we echt niet overslaan als we onze kinderen een heel breed aanbod willen aanreiken?

Advertenties

Het persoon-willen-zijn

Als je in het onderwijs werkt, kun je er niet meer omheen. Hoogleraar Gert Biesta die het gesprek over ‘wat vinden wij goed onderwijs’ weer op de kaart zette. Hij heeft al heel wat geschreven over het onderwijs en zijn drieslag ‘kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming (of subjectificatie)’ moet inmiddels elke onderwijsprofessional bekend in de oren klinken. Deze week las ik een interview met Gert Biesta waarin hij het begrip ‘persoonsvorming’ of ‘subjectivicatie’ nader toelichtte. Bij het lezen van dit interview gingen mijn gedachten continue naar mijn eigen levensreis waarin mindfulness op dit moment een grote rol speelt.

(voor de niet-onderwijs-lezers alhier) Goed onderwijs omvat kwalificatie, leerlingen worden opgeleid naar een einddoel (diploma, overgang volgend onderwijsniveau, certificaat, etc.), socialisatie, waarin leerlingen leren zich te gedragen in sociaal verband (van de regels en mores in de klas/school, tot de (ongeschreven) regels in een samenleving) en personificatie, waarin leerlingen groeien als mens (hun eigen sterktes en zwaktes leren kennen en leren zich te verhouden tot de wereld klein of groot om hen heen).

Verkeersregels zijn belangrijk (socialisatie), maar ik hoop dat we meer meegeven op zondagse ritjes. Bijvoorbeeld (personificatie) het plezier in buiten zijn of een stukje milieubewustzijn.

Gert Biesta beschrijft de gronslag van ‘subjectivicatie’ als een vraag: “Wil je verantwoordelijkheid nemen voor je eigen leven?“. Subjectivicatie gaat nadrukkelijk niet over het doel om aan leerlingen, aan kinderen, te vertellen ‘hoe het hoort’. Dat is nou juist onderdeel van ‘socialisatie’ in het onderwijs. Maar ‘subjectivicatie’ gaat om de groei in de manier waarop leerlingen naar de wereld (durven) kijken, de manier waarop zij reageren en óf zij daar hun eigen rol en hun eigen aandeel in willen nemen.

Mindfulness is voor mij stil kunnen staan in het moment, om vervolgens je ervan bewust te zijn dat je een keuze hebt. Het maken van die keuze is dan eveneens een bewuste stap, in plaats van een reflexmatige handeling. En zelfs in situaties waarin we niets te kiezen hebben, kunnen we nog steeds kiezen hoe we die situaties ondergaan. Zoals ik ooit leerde in een cursus ‘seven habits‘: ‘you carry your own weather‘. Gert Biesta zegt: “Hoe je je verhoudt tot dingen waar je géén greep op hebt, dat moet je oefenen.” En daarmee raakt hij voor mij de kern van wat ik ieder kind, iedereen, zou willen meegeven. Ik las het ook van Pema Chodron in Falen – opnieuw falen – steeds beter falen. Het leven is vol onzekerheden, het enige wat je zeker weten gaat tegenkomen zijn momenten waarin het niet lukt. En dan is de vraag hoe je daar op reageert.

Welke houding neem jij aan wanneer er dingen op je pad komen waar je geen greep op hebt. Durf je op te staan? Durf je verantwoordelijkheid te nemen? Durf je ruimte te bieden aan de ander? Durf je toe te geven dat er iets verkeerd is gegaan, dat je iets anders had kunnen of willen doen? Durf je het ongemak te dragen? Durf je daadwerkelijk te voelen wat er op je af komt? Mindfulness is durven stilstaan en daarna een keuze maken. Je verhouden tot dingen waar je geen greep op hebt, is eveneens stilstaan en je realiseren dat je wel een keuze hebt. Durven stilstaan is een belangrijke eerste stap. Ik hoop nog heel vaak bewust stil te kunnen staan en ik hoop mijn eigen kinderen, en de kinderen die ik raak met mijn (onderwijs-)werk, de ruimte te geven en de vaardigheid te leren om dit ook te doen.

Hoe het hier gaat

Na een roerige periode op werk en thuis kwam ik vorig jaar voor de zomervakantie thuis te zitten met een burnout. Het kostte tijd om de volledige diepte van het burnoutproces te ervaren en het kostte nog veel meer tijd om langzaam terug omhoog te klimmen.

Na enige tijd ging ik terug naar mijn werkplek met het idee daar ‘beter’ te worden. Ergens wist ik al wel dat ik daar niet zou willen blijven, maar ik wilde er wel weer het gevoel krijgen dat ik ‘in orde’ was. Dat ik mijn werk aankon, in uren en in niveau. Al snel bleek dat de omstandigheden van veel grotere invloed waren dan ik van tevoren had bedacht. En daarmee dat het geen goede omgeving was voor mij. Maar wat dan wel?

Ik deed mijn best, ik zette door, ik twijfelde, overwoog en sprak uiteindelijk hardop uit dat ik niet terug wilde keren op mijn werkplek. De eerste reacties waren positief maar al gauw merkte ik dat ik nu vooral lastig ben voor de organisatie. Er is geen sprake van oog voor mij, het gaat niet meer over een persoon, maar het gaat nu over een aantal uren, een plek in het functiebouwwerk. Het gevoel dat ik vooral snel weg moet wezen, wordt in elk gesprek groter.

Tegelijkertijd mag ik sinds een paar weken op een andere werkplek aan de slag. Er ligt werk dat van waarde is, de collega’s zijn blij met mijn inzicht, kennis, ervaring en goede zin om aan de slag te gaan. En hoe fijn is dat!

Maar dubbel is het wel. Op de ene plek verword je van gewaardeerde collega naar een claim op de begroting en tegelijkertijd bouw je elders iets heel anders op.

Patronen

Al langere tijd ben ik me bewust van mijn spirituele reis. Mijn burnout van vorig jaar heeft deze reis een extra verdieping gegeven. Na de eerste fase van tot rust komen, mocht ik de cursus mindfulness doen. Daar heb ik veel geleerd; vooral in bewuster, maar zonder oordeel en (ver-)oordelen, naar mijzelf kijken. En binnenkort begin ik met de vervolgcursus, ‘zelfcompassie’, waarin omgaan met je innerlijke criticus nog meer aan bod zal komen.

De afgelopen weken kwam ik Marjolein Mennes online tegen, de vrouw achter ‘Lieve moeders‘. Ik deed mee met haar vijfdaagse mindful moeder training. En deze week doe ik mee met de ‘Tijd voor jezelf – challenge‘. Gister, de derde dag van de challenge, ging het over je kind als leermeester, of eigenlijk wat je zelf te leren hebt in situaties waarin je jouw kind ‘lastig’, ‘druk’, ‘vervelend’, ‘irritant’, etc. vindt. Marjolein verteld hier over situaties die er zijn tussen je kind en jou waar je uit je slof schiet, geprikkeld reageert, je overvallen voelt en waarin je eigenlijk anders zou willen reageren. Ze merkt hier op dat het dan vaak zo is dat het gedrag van jullie beiden, de interactie tussen jou en je kind, jou in oude gedragspatronen doet vallen.

‘je zult ook gedragspatronen zien die haaks op elkaar lijken te staan’

De manier waarop Marjolein over oude patronen sprak, deed mij beseffen dat wij heel veel oude patronen met ons meedragen. Ik realiseerde mij dat wij een samenraapsel zijn van gedragingen die wij gaandeweg ons leven hebben gezien bij anderen en hebben overgenomen. Gedragingen van onze ouders / opvoeders zullen hier de grootste stempel in drukken. Daarin zie je, als je goed kijkt, de gedragingen van je grootouders eveneens terug. Maar je zult ook gedragspatronen zien die haaks op elkaar lijken te staan. Daar waar je hebt besloten, of waar jouw ouders hebben besloten, om het anders te doen dan hoe jij of hoe zij het als kind ervaren hebben.

‘Jij kunt kiezen of je wilt reageren, hoe je wilt reageren.’

In hoeverre zit je vast aan oude gedragspatronen? Als er iets is wat mindfulness mij geleerd heeft, en blijft leren, is dat je niet vast hoeft te zitten. Je begint met opmerken, open staan voor elke ervaring en voor jouw gevoel daarbij. Niet met het doel iets te veranderen, te herstellen. Maar met het doel de ervaring met aandacht aan te gaan. Op het moment dat je mindful, met aandacht, de ervaring kan beleven dan kun je als het ware tegelijkertijd op een afstandje gaan staan van wat je overkomt. Je kunt naar de ervaring kijken en zien wat er gebeurd. Je stapt even opzij en kunt niet alleen zien wat er gebeurd, je kunt een keuze maken. Jij kunt kiezen of je wilt reageren, hoe je wilt reageren. Je kan je oude gedragspatroon volgen, of je kiest een andere route.

Let wel, je moet geen andere route kiezen. Maar door even afstand te nemen, heb je wel de mogelijkheid om een andere route te kiezen. Je hoeft niet door te geven wat je van je ouders hebt geleerd, en je hoeft het ook niet radicaal anders te doen. Maar het mag wel. Of je kiest voor de gulden middenweg. Alles is mogelijk, als je af en toe de rust kunt vinden om van een afstandje te kijken naar jezelf.

Wat ik nou het mooie vind, is dat ik me ben gaan realiseren dat ik bepaalde gedragingen met me meedraag. Gedragspatronen die ik nou eenmaal heb meegekregen van huis uit. Helpend, of minder helpend. Gedragingen die ik, onbewust, aan het doorgeven ben aan mijn kinderen. En de realisatie dat ik het anders kan doen. Dat ik bepaalde gedragingen juist mag gebruiken omdat ze een goed voorbeeld zijn voor mijn kinderen. En dat is voor mij een verdieping van mijn spirituele reis. Het is een persoonlijke reis, maar wel een reis die van impact is op mijn dierbaren.

Bij welke generatie hoor jij?

De stille generatie (1930-1940)? De babyboomers (1940-1955)? Generatie X, nix, verloren generatie (1955-1970)? De pragmatische generatie, ook wel patatgeneratie (1970-1985)? Generatie Y (1980-1995), Generatie Z (1990-2000) of Generatie alpha (2000-2011)?

Zelf mag ik kiezen, lees ik. Begin jaren ’80 ben ik geboren dus ik mag me thuisvoelen bij de patatgeneratie en bij generatie Y. Die laatste ken ik overigens ook als ‘millenials’ maar dan zijn ze geboren tussen 1985 en 2000. Wat ik me dan afvraag is wie zoiets nou bepaalt. Hoe kun je nou een grens tussen twee generaties knippen tussen 31 december van het ene jaar en 1 januari van het volgende jaar. Ik moet dan denken aan een tweeling die rond middernacht geboren wordt precies op de grens. Dat maakt het absurdisme van die harde grens meteen maar duidelijk.

Wat een generatie natuurlijk wel kenmerkt, is hoe de wereld eruit ziet op het moment dat je opgroeit. Als ik om mij heen kijk, hadden wij het als kinderen in die jaren ’80 en ’90 erg goed. Onze vaders (over het algemeen) hadden allemaal een baan, en onze moeders (nog) niet. De computer kwam langzaam maar zeker in elk huishouden en over schermtijd werd amper gesproken. KinderTV was er dan ook alleen op woensdagmiddag en de zaterdagochtend kwam daar later bij (Telekids). Op de middelbare school kwam het internet op en werd onze wereld enorm veel groter. Inmiddels kunnen we niet meer zonder, en ook niet altijd goed mét, die enorme stroom informatie. We droegen t-shirts van Greenpeace waarmee we aandacht vroegen voor het oerwoud, voor met olie besmeurde vogels en de zure regen. Toen we prille pubers waren, was er heel veel aandacht voor SOA’s waar aids nog eens extra bovenuit stak.

Wat ik me later ben gaan realiseren, is dat ik behoor tot de generatie die het niet automatisch beter zal gaan doen dan zijn ouders. Mijn grootouders hebben altijd hard moeten werken en ook wel tijden gekend waarin elk dubbeltje omgedraaid moest worden om hun kinderschare (7 danwel 4 kinderen) te voeden en te kleden. Mijn ouders konden een eigen huis kopen om daar meteen na hun trouwen in te trekken en twijfel of er voldoende voedsel op tafel zou komen, hebben wij als kinderen nooit gekend. Dat eigen huis hebben wij inmiddels zelf ook, maar als we dat op één salaris zouden moeten bekostigen, zullen we heel wat uitgaven kritisch moeten bekijken. En hoe blij ik ook ben dat ik heb kunnen studeren en daardoor fijn en uitdagend werk kan doen (ik zou niet zonder willen!), het is toch ook wel luxe als je kan besluiten dat één van beiden thuis blijft bij de kinderen.

Ik voel me qua generaties een beetje heen en weer geslingerd tussen de pragmatische generatie en de millenials. Bij de eerste hoort het gevoel van ‘alles is mogelijk’ dat in mijn jeugd wel gold, bij de tweede het opgroeien in het informatietijdperk terwijl je toch de tijd zonder internet ook nog hebt meegemaakt. Bij de tweede schijnt ook een gevoel te horen van opgroeien in een tijd van terroristische dreiging (9/11 en daarna) en emancipatie (Barack Obama als eerste zwarte president). Hier voel ik me dan weer veel minder bij thuis. Bij de eerste, de patatgeneratie, wordt ook gezegd dat het om zéér vrij opgevoede kinderen gaat. Kinderen wiens ouders een behoorlijk bekrompen opvoeding hebben gehad, waardoor de ouders weer zijn doorgeslagen de andere kant op. Dat herken ik zeker niet, maar mijn ouders zijn dan ook weer van vlak na de babyboom-generatie…

En, bij welke generatie hoor jij?

Avondje uit

De kinderen waren logeren bij Opa en Oma. En de wederhelft stelde voor om samen naar de film te gaan. Bohemian Rhapsody. Ik had er her en der wel van gehoord en gelezen dat het een mooie film was. Daarbij had ik nog net opgeslagen dat de acteur die Freddy Mercury speelt daarvoor een Oscar had gekregen. Maar of het een ‘echte’ film zou zijn, of een biografisch geheel, of meer een documentaire met oude beelden… ik had eerlijk waar geen idee.

En zo fietsten wij donderdagnamiddag samen naar de stad. Dat alleen al was een bijzondere gewaarwording, samen zonder kinderen op pad. We gingen het pand van de bioscoop in en bemerkten onze eigen nostalgie. We kropen op één van de laatste rijen en gaven ons over aan de film.

En wat hebben we genoten. Een hele mooie film, een verhaal dat gebracht wordt onderstreept door de muziek van Queen. Zelf ben ik geen kenner van de band Queen, noch van hun muziek. Uiteraard ken ik een heel aantal van hun nummers (wie heeft er niet ooit een bandje of cd langer dan 14 dagen in de auto laten liggen, waardoor het veranderd in ‘greatest hits of queen’*) maar ik ken niet de details, noch de jaartallen waarin de nummers precies zijn uitgebracht. Als er dus nummers en jaartallen veranderd zijn (wat je op het wereld wijde web makkelijk kan teruglezen) dan merk ik dat niet en zie ik hoe het gebrachte verhaal versterkt wordt door de muziekkeuze.

Heel mooi vond ik de wijze waarop begin en einde van de film op elkaar pasten, ‘bookends‘. En als je op youtube kijkt, kun je de scene van de film vinden die afgespeeld wordt naast het live-optreden van Queen tijdens LiveAid. De choreografie lag er al en de acteurs van de film doen dit op prachtige wijze na. Een bewuste keuze van de filmmakers, maar dan ook werkelijk tot in de puntjes uitgevoerd. Daar heb ik reuze bewondering voor, net als bijvoorbeeld voor de kostuums die Freddy Mercury gedurende de gehele film draagt.

De film durf ik je zeker aan te raden. Als je de muziek van Queen een beetje leuk vind, als je kunt genieten van een tijdsbeeld uit de jaren 60-70-80, als je het interessant vind om wat meer te zien van de wisselwerking binnen een muziekband en de mensen die daar omheen staan zowel zakelijk als persoonlijk. Of als je de kans hebt samen een avondje de stad in te kunnen gaan en een excuus zoekt om dat ook echt te doen. Ik zeg gaan!

*deze grap komt uit het boek ‘good omens’ van Terry Pratchett en Neill Gaiman

Leestips

“In de tijd die je elk jaar aan social media besteedt, kan je evengoed een groot aantal boeken lezen.” Dat las ik kortgeleden op twitter. En dat gaf de directe aanleiding voor het uitwerken van een logje over boeken.

Ik ben een fervent lezer. Altijd al geweest. Als baby in de tijdschriften van mijn moeder bladeren (altijd netjes, nooit eens flink scheuren), als peutertje vroeg ik mijn moeder om voor te lezen (tig keer hetzelfde boekje) en als kleuter was ik gefascineerd door letters. In groep 3 ging dan eindelijk de leeswereld open en sindsdien ben ik niet meer gestopt.

Alles wordt gelezen, de borden langs de weg, de ondertiteling van alle films, de krant, de jampot en het pak van de muesli. Drie of vier boeken tegelijk, in sneltreinvaart of elke dag een klein stukje. Wekelijks naar de bieb, of elke dag dat de bieb open is (vroeger thuis 3x per week), een kast vol boeken en tegenwoordig aangevuld met een e-reader.

Graag deel ik hieronder een aantal verhalen die ik heel heel heel graag lees:

  • de verhalen van Robin Hobb: voor wie van fantasy houdt. Een schitterend epos verdeeld over meerdere trilogieën. Draken, zeeslagen, lange tochten te paard, jagen in de bergen, bijzondere krachten en machten, intriges en familiebeslommeringen wisselen elkaar af.
  • Alle verhalen van Terry Pratchett: wederom fantasy maar nu met een flinke dosis humor, taalvaardigheid en taalgrapjes. Erg leuk vind ik het om te proberen te ontdekken uit welke bronnen Pratchett heeft geput om te parodiëren (lees hiervoor ook the annotated Pratchett-files)
  • De Zevensprong, Brief aan de Koning, Torenhoog en Mijlenbreed, en alle andere verhalen van Tonke Dragt. Mijn favorieten sinds ik De Zevensprong in herhaling op TV zag en het boek heb ik inmiddels meer dan 100 keer gelezen.

Tot zover de ultieme favorieten in onze boekenkast (manLief was allereerst de Pratchett-fan, dus qua volume verantwoordelijk voor ruimschoots meer dan de helft van de hierboven opgesomde verhalen).