Te staken of niet te staken?

Al bijna 4 jaar, of bijna zolang als onze oudste naar de basisschool gaat, zit ik in het bestuur van diezelfde school. Sinds vorig jaar ben ik de voorzitter van het bestuur. Daarmee ben ik voorzitter van de oudervereniging die formeel onze school in stand houdt, en voorzitter van het bevoegd gezag dat de eindverantwoordelijkheid draagt voor de school en het onderwijs. Zelf werk ik in het voortgezet onderwijs, in een beleidsfunctie waar ik het enorm naar mijn zin heb. Ik staak zelf niet. Ik heb het zoals gezegd enorm naar mijn zin en ervaar geen werkdruk. Ik zie problemen in het onderwijs, maar vooral voor het basisonderwijs. De gebeurtenissen afgelopen weekend vond ik treffend voor de manier waarop de politiek probeert het onderwijsveld aan het lijntje te houden. We moeten met elkaar in gesprek over structurele maatregelen en daarbij passende structurele financiële middelen. Maar ondertussen hebben wij als vrijwilligersbestuur een rol te spelen tussen ouders en school, als bestuur voortgekomen uit de ene groep en tegelijk eindverantwoordelijk voor de tweede groep. Ik schreef het volgende over de gebeurtenissen die op vrijdagavond 1 november in een stroomversnelling raakten:

Vrijdagavond 1 november een eerste berichtje in de groepsapp van ons (vrijwilligers-)bestuur: 460 miljoen euro extra voor onderwijs en een linkje naar de NOS-website. Meteen ook de vraag: ‘Gaat de staking nu nog wel door?’.

Sinds 2017 hebben wij meermaals de keuze moeten maken hoe wij zouden reageren op de aangekondigde stakingen. En dat is niet gemakkelijk voor een vrijwilligersbestuur van een schoolvereniging. Wij zijn om te beginnen ouder van één of meerdere kinderen op deze school, hebben vrijwel nooit een achtergrond in het onderwijs en komen heel weinig in contact met andere bestuurders. Toch zijn wij werkgever van een team van ca 30 mensen en beslissen bij elke stakingsoproep opnieuw of en hoe wij het team willen steunen, en vervolgens of en hoe de lessen (deels) kunnen doorgaan.

In aanloop naar 6 november hebben wij als bestuur opnieuw besloten om achter ons team te gaan staan. De stakingsbereidheid binnen onze school is groot, voor team, directie en bestuur is de urgentie duidelijk, want wij worden geraakt door:

–         Een groeiend lerarentekort: Onze bovenformatieve inzet, bedoeld voor onderwijsontwikkeling en duurzame kwaliteit van onderwijs, gaat op aan vervangingsuren; Een onverwachte vacature aan het begin van het schooljaar is nog steeds niet opgevuld. Er zijn geen belangstellenden te vinden; Bij kortdurende vervanging zijn er geen (bevoegde) leerkrachten beschikbaar; Eigen leerkrachten werken structureel extra om de gaten in de formatie op te vangen zodat er geen klassen naar huis gestuurd hoeven te worden.

–         Aantrekkelijkheid van het vak: De onderbetaling van leerkrachten in het primair onderwijs; De hoge werkdruk, onder andere door de verantwoordingslast en het grote verantwoordelijkheidsgevoel; De toename van het lerarentekort door beeldvorming rondom het leraarschap die niet gekanteld wordt, waarbij werkdruk en beloning belangrijke ingrediënten zijn.

–         Afname van de ruimte voor eigen onderwijskeuzes binnen de schoolvereniging: Eigen, financiële, middelen gaan, als we niet oppassen, naar ‘gewoon goed onderwijs’ in plaats van naar onze eigen onderwijskeuzes; Het risico dat ‘gewoon goed onderwijs’ straks alleen nog maar beschikbaar is voor diegenen die dat kunnen betalen. 

Het team willen we bovendien steunen omdat zij zich ontzettend betrokken tonen en op allerlei manieren extra inzetten voor onze kinderen. Door een tijdlang extra te willen werken om een vacature op te vullen. Door extra te komen om ziekte van collega’s op te vangen. Door een arm om elkaars schouder te slaan als dat even nodig is. Omdat we bovendien trots zijn op de manier waarop het team dit doet, staan we zeker achter hen.

Op maandag 28 oktober bekrachtigen we tijdens onze maandelijkse bestuursvergadering de definitieve beslissing om door te betalen en op dinsdag 29 oktober delen we dit, nogmaals, mee aan vertegenwoordigers van het team. De directeur van de school stelt een bericht op aan alle ouders om mee te delen dat de school dicht zal zijn op 6 november. Mede namens team en bestuur vraagt hij om begrip van de ouders.

Als bestuur van de vereniging weten we dat we ons in de volgende ledenvergadering zullen moeten verantwoorden aan onze leden, de ouders die op de stakingsdag thuis moeten blijven voor hun kinderen. We vinden dat we ons besluit goed kunnen uitleggen.

Tot vrijdagavond 1 november: 460 miljoen extra voor het onderwijs en een linkje naar de NOS-website.

Meteen ook de vraag: ‘Gaat de staking nu nog wel door?’.

We zijn verbaasd. Ineens is er geld. Maar is dit het geld waar we op zitten te wachten? Gaat dit het verschil maken voor onze school, voor onze kinderen en voor de kwaliteit van hun onderwijs? En hoe gaat het nu verder. Kunnen we op deze termijn de beslissing om de school te sluiten terugdraaien? Verwachten ouders dit, of rekenen zij inmiddels op een ‘vrije dag’?

Gaandeweg het weekend houden we de nieuwsberichten goed in de gaten. De berichtgeving, maar ook via twitter wordt er veel informatie gedeeld. We kijken bij de bonden, en letten op wat de PO-raad ons aanbeveelt. We lezen het convenant en als iemand terugrekent hoe weinig er van 460 miljoen overblijft op het niveau van de school of de leerling. We app-en met elkaar, vragen onze directeur om raad, terwijl het team onderwijl graag wil weten of ons standpunt voor 6 november wijzigt. Het beeld wordt maar zo langzaam helderder dat we moeten besluiten om de maandagochtend af te wachten alvorens we als bestuur ons standpunt kunnen herzien of bekrachtigen. Dat het ontbreekt aan structurele investeringen en dat wij dit betreuren is wel duidelijk, maar mag, kan en gaat er nu gestaakt worden op 6 november? Onze directeur communiceert aan team en ouders dat we pas maandag in de loop van de dag kunnen communiceren over wat dit betekent voor de woensdag.

Maandagochtend 3 november is wel duidelijk dat de stakingsoproep weer helemaal terug op tafel is. Voor ons als bestuur volgt een laatste afstemming per whatsapp. Unaniem stemt het bestuur in met mijn voorstel om de staking nog steeds te steunen en aan het begin van de ochtend kan ik het bekrachtigde standpunt delen met de directeur en het team. Later op de ochtend krijgen alle ouders een mededeling via het ouderportaal dat de staking op 6 november toch door zal gaan. Het team maakt zich op voor een stakingsdag, het bestuur slaakt een zucht van verlichting. En de ouders? Die zijn in veel gevallen druk met het regelen van speelafspraakjes voor hun kinderen voor de vrije woensdagochtend. 

Advertentie

Het persoon-willen-zijn

Als je in het onderwijs werkt, kun je er niet meer omheen. Hoogleraar Gert Biesta die het gesprek over ‘wat vinden wij goed onderwijs’ weer op de kaart zette. Hij heeft al heel wat geschreven over het onderwijs en zijn drieslag ‘kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming (of subjectificatie)’ moet inmiddels elke onderwijsprofessional bekend in de oren klinken. Deze week las ik een interview met Gert Biesta waarin hij het begrip ‘persoonsvorming’ of ‘subjectivicatie’ nader toelichtte. Bij het lezen van dit interview gingen mijn gedachten continue naar mijn eigen levensreis waarin mindfulness op dit moment een grote rol speelt.

(voor de niet-onderwijs-lezers alhier) Goed onderwijs omvat kwalificatie, leerlingen worden opgeleid naar een einddoel (diploma, overgang volgend onderwijsniveau, certificaat, etc.), socialisatie, waarin leerlingen leren zich te gedragen in sociaal verband (van de regels en mores in de klas/school, tot de (ongeschreven) regels in een samenleving) en personificatie, waarin leerlingen groeien als mens (hun eigen sterktes en zwaktes leren kennen en leren zich te verhouden tot de wereld klein of groot om hen heen).

Verkeersregels zijn belangrijk (socialisatie), maar ik hoop dat we meer meegeven op zondagse ritjes. Bijvoorbeeld (personificatie) het plezier in buiten zijn of een stukje milieubewustzijn.

Gert Biesta beschrijft de gronslag van ‘subjectivicatie’ als een vraag: “Wil je verantwoordelijkheid nemen voor je eigen leven?“. Subjectivicatie gaat nadrukkelijk niet over het doel om aan leerlingen, aan kinderen, te vertellen ‘hoe het hoort’. Dat is nou juist onderdeel van ‘socialisatie’ in het onderwijs. Maar ‘subjectivicatie’ gaat om de groei in de manier waarop leerlingen naar de wereld (durven) kijken, de manier waarop zij reageren en óf zij daar hun eigen rol en hun eigen aandeel in willen nemen.

Mindfulness is voor mij stil kunnen staan in het moment, om vervolgens je ervan bewust te zijn dat je een keuze hebt. Het maken van die keuze is dan eveneens een bewuste stap, in plaats van een reflexmatige handeling. En zelfs in situaties waarin we niets te kiezen hebben, kunnen we nog steeds kiezen hoe we die situaties ondergaan. Zoals ik ooit leerde in een cursus ‘seven habits‘: ‘you carry your own weather‘. Gert Biesta zegt: “Hoe je je verhoudt tot dingen waar je géén greep op hebt, dat moet je oefenen.” En daarmee raakt hij voor mij de kern van wat ik ieder kind, iedereen, zou willen meegeven. Ik las het ook van Pema Chodron in Falen – opnieuw falen – steeds beter falen. Het leven is vol onzekerheden, het enige wat je zeker weten gaat tegenkomen zijn momenten waarin het niet lukt. En dan is de vraag hoe je daar op reageert.

Welke houding neem jij aan wanneer er dingen op je pad komen waar je geen greep op hebt. Durf je op te staan? Durf je verantwoordelijkheid te nemen? Durf je ruimte te bieden aan de ander? Durf je toe te geven dat er iets verkeerd is gegaan, dat je iets anders had kunnen of willen doen? Durf je het ongemak te dragen? Durf je daadwerkelijk te voelen wat er op je af komt? Mindfulness is durven stilstaan en daarna een keuze maken. Je verhouden tot dingen waar je geen greep op hebt, is eveneens stilstaan en je realiseren dat je wel een keuze hebt. Durven stilstaan is een belangrijke eerste stap. Ik hoop nog heel vaak bewust stil te kunnen staan en ik hoop mijn eigen kinderen, en de kinderen die ik raak met mijn (onderwijs-)werk, de ruimte te geven en de vaardigheid te leren om dit ook te doen.