De basis van het hardlopen

Sinds eind 2012 ben ik een hardloper. Eerst nog aarzelend, vervolgens steeds zelfverzekerder, even niet vanwege zwangerschap en herstel, daarna weer wel, op en af, wat last van blesssures maar sinds vorig jaar juli weer in opbouw met als hoogtepunt de 10 kilometer die ik gisterochtend aflegde.

Mijn hardloopuitrusting bestaat de afgelopen 6 jaar eigenlijk uit een paar duidelijke basis-stukken. Natuurlijk gaat het dan om (goede) schoenen, prettige kleding en daarnaast nog een paar gadgets. Veel meer is er eigenlijk niet nodig.

Schoenen

Toen ik begon met hardlopen in 2012 had ik nog ergens achter in de kast een oud paar sportschoenen staan. Ik kreeg de bestanden van Evy (start to run uit 2006) van een collega en ging op pad. Binnen de kortste keren had ik enorm last van mijn knieën en begreep ik dat ik toch maar ‘echte’ hardloopschoenen moest gaan kopen. Het eerste paar werd bij een grote sportwinkel aangeschaft, waar het advies bestond uit een korte blik op mijn enkels (naar binnen gebogen), het aanreiken van een aantal schoenen met anti-pronatie, en de vraag welke het lekkerst zaten. Na enige tijd brachten die schoenen mij bij een podotherapeut die er specifieke sportzooltjes bij maakte en toen ging het echt van start. Ergens eind 2015 ging ik, naar aanleiding van een hardnekkige blessure, te raden bij een sportfysio/sportpodotherapeut en kocht ik, op basis van zijn tips, een tweede paar schoenen waar hij vervolgens de zooltjes bij maakte (de roze schoenen/zwarte zooltjes op de foto). De blessure kwam helaas terug, net als de blaren op mijn hakken die hardnekkig bleven ontstaan. In 2017 legde ik mij toe op een andere looptechniek en kocht ik barefoot-hardloopschoenen (turkooise paar op de foto). De echte overstap naar het rennen op deze schoenen durfde ik nog niet te maken. Inmiddels heb ik dat wel gedaan. Het opnieuw opbouwen van mijn kilometers sinds ik thuis kwam te zitten met mijn burn-out was de perfecte kans. En inmiddels staat er in nieuw paar barefoot-schoenen van Merrell in de wacht (nog in de doos op de foto).

Kleding

Wat betreft hardloopkleding ben ik absoluut niet veeleisend. Ik heb me wel voorgenomen om in de toekomst te investeren in meer duurzame merken. Voorlopig heb ik nog niet echt een fijn merk gevonden (duurzaam, betaalbaar, beschikbaar, naar mijn smaak). Dus als iemand tips heeft…?

Ik heb een aantal leggings in alle lengtes. De meesten heb ik in het verleden bij H&M gekocht en hetzelfde geldt voor mijn shirts met lange mouwen waarvan ik er ook meerdere heb. Voor de winter heb ik een fijne legging met extra voering op de bovenbenen en voor als het echt warm wordt verschillende korte broekjes (die allemaal niet echt lekker zitten). De enige eis die ik aan de leggings stel is dat de taille met een koordje strakker aangetrokken kan worden, zodat de band niet gaat schuiven. Ik draag eigenlijk meestal twee lagen bovenkleding: een sporthemd en daarover een shirt met lange mouwen of andersom een shirt met lange mouwen met daarover een t-shirtje. Nu het voorjaar is draag ik bij een loopje ’s middags vaker een hemd met een t-shirt met korte mouwen daarover en in de zomer zal het alleen het t-shirt of alleen het hemd worden. Daarnaast altijd een stevige sport-bh waar ik er twee van heb (allebei in de was, dus niet op de foto) en dan nog hardloopsokken, meestal van falke, in korte of minder korte variant. of mijn hardloopsokken van ToeSox.

Gadgets

Tot slot zijn er nog de gadgets die ik elk loopje bij me heb. Om te beginnen ga ik eigenlijk nooit zonder telefoon van huis. Alleen al het idee dat ik me zou verstappen ergens en niet naar huis kan bellen om opgehaald te worden… Die telefoon gaat in het tasje van RooSport, samen met mijn huissleutels, en wordt in de broeksband gedragen. In het tasje zit ook een handig gaatje voor het koordje van de koptelefoon. Die gaat ook heel vaak mee. Ooit om de aanwijzingen en complimenten van Evy te kunnen horen, nu voor muziek, een podcast of de geluidsfragmenten van Zombies Run. En tot slot draag ik altijd ons Garmin sporthorloge. Hierop zie ik hoelang ik aan het lopen ben, hoe ver ik gekomen ben en eventueel hoe snel ik ga op dat moment, in deze ronde (kilometer) of over het hele loopje.

Dat is dus mijn basis-uitrusting. En daarmee loop ik inmiddels zo’n 10 tot 20 kilometer per week. Mijn bedoeling is om straks bij de Marathon van Leiden de 10km te lopen. Ik ben heel benieuwd hoe mij dat gaat bevallen, en of ik dan ook de kriebels krijg voor meer of misschien juist voor nog verder!

Heb jij ook een sport of hobby waarvoor je een basisuitrusting op orde houdt? Zijn er dingen die jij ook meeneemt bij het hardlopen, of die je juist bewust thuislaat? Heb je nog goede tips voor mij? Weet je bijvoorbeeld een fijn merk voor duurzame hardloopkleding? Of heb je tips voor korte broeken / een hardlooprokje?

Over lezen

Al eerder schreef ik dat ik een fervent lezer ben. Voor manLief geldt dat eveneens. Beiden koesteren wij de herinneringen aan de lange avonden die we lezend in bed doorbrachten. Vaak stiekem, met de gordijnen op een kiertje of met een half oor luisterend naar de geluiden in de woonkamer. Bij het minste gerucht werd het lichtje uitgeknipt, waarna onze ouders even later kwamen constateren dat ze inderdaad een ‘KLIK’ hadden gehoord. Warme gloeilampjes zijn lastig te verbergen…

Ook onze kinderen zijn dol op boeken. Dat kan ook haast niet anders, met de hoeveelheid leesvoer die aanwezig is in ons huis en het lezende voorbeeld van ons als ouders. Ik ga graag en geregeld met beide kinderen naar de bieb hier in de stad. Soms fietsen wij naar de bieb in de buitenwijk voor een iets ander aanbod. Wij hebben, zéér bewust, een dagelijkse krant (ook al moeten we soms heel snel doorbladeren om de ergste ellende nog niet uit te hoeven leggen). Op verlanglijstjes staat ook altijd een boek, vaak meer dan één.

En wat lezen wij dan zoal, vooral met / voor onze kinderen:

Paul van Loon – Zelf ben ik van de generatie ‘Griezelbus’, mijn broertje is vervolgens aangehaakt met Dolfje Weerwolfje en die laatste verhalen zijn ook favoriet bij onze oudste. Vooral ’s avonds voor het slapen gaan zijn het de, spannende, verhalen van Dolfje die zijn voorkeur hebben. Voor onze jongste is het Foeksia de Miniheks, eveneens van Paul van Loon, die we mogen voorlezen. Ze heeft een paar verhalen van Foeksia en die zijn ieder al zeker 10x gelezen sinds de decembermaand.

Het Muizenhuis – mijn schoonmoeder, vorig jaar maart overleden, was heel erg fan van het Muizenhuis vooral vanwege de enorme gedetailleerdheid van alle verschillende kamers in het huis. Haar boeken van het Muizenhuis hebben wij mogen meenemen en staan bij onze jongste op haar kamer. Erg leuk dat zij die verhalen nu ook meer en meer gaat waarderen en hoe we met elkaar de bijzonderheden in de platen kunnen ontdekken.

Roald Dahl – Wat ik zelf erg leuk vind is om een verhaal voor te lezen dat we op een later moment in filmvorm kunnen bekijken. Bovendien zocht ik een oplossing voor het soms trage eten van de kinderen. In plaats van ze op te jagen hun bord leeg te eten (omdat ik al lang klaar ben en eigenlijk verder wil) pak ik nu geregeld een boek en lees ze voor. Op voorwaarde natuurlijk dat ze dan blijven dooreten 😉 Zo hebben we Sjakie en de Chocoladefabriek en De Fantastische Meneer Vos in stukken na het eten gelezen. Van de eerste hebben we daarna ook de film (de originele film, niet die met Johnny Depp) gezien. Van de tweede staat die film nog op mijn lijstje voor een familie-film-middag.

Andere klassiekers die we hebben (voor-)gelezen zijn bijvoorbeeld Pluk van de Petteflet, aan beide kinderen toen zij de peuterleeftijd hadden. De Zevensprong van Tonke Dragt, waarbij we in de zomervakantie ook twee weken lang de oude tv-serie hebben gekeken elke avond. De dwergjes van Tuil, van Paul Biegel, voor onze jongste als verhaaltjes voor het slapengaan. En tot slot kan ik de Kleine Kapitein, eveneens van Paul Biegel, niet overslaan. Hiervan hebben we de luisterboeken die ik aanzet als ik samen met beide kinderen een langere autorit maak.

Hoe is het met jouw leeshonger gesteld? Ken je zoiets als leeshonger en heb je dat overgebracht op je kinderen? En welke boeken moeten we echt niet overslaan als we onze kinderen een heel breed aanbod willen aanreiken?

Het persoon-willen-zijn

Als je in het onderwijs werkt, kun je er niet meer omheen. Hoogleraar Gert Biesta die het gesprek over ‘wat vinden wij goed onderwijs’ weer op de kaart zette. Hij heeft al heel wat geschreven over het onderwijs en zijn drieslag ‘kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming (of subjectificatie)’ moet inmiddels elke onderwijsprofessional bekend in de oren klinken. Deze week las ik een interview met Gert Biesta waarin hij het begrip ‘persoonsvorming’ of ‘subjectivicatie’ nader toelichtte. Bij het lezen van dit interview gingen mijn gedachten continue naar mijn eigen levensreis waarin mindfulness op dit moment een grote rol speelt.

(voor de niet-onderwijs-lezers alhier) Goed onderwijs omvat kwalificatie, leerlingen worden opgeleid naar een einddoel (diploma, overgang volgend onderwijsniveau, certificaat, etc.), socialisatie, waarin leerlingen leren zich te gedragen in sociaal verband (van de regels en mores in de klas/school, tot de (ongeschreven) regels in een samenleving) en personificatie, waarin leerlingen groeien als mens (hun eigen sterktes en zwaktes leren kennen en leren zich te verhouden tot de wereld klein of groot om hen heen).

Verkeersregels zijn belangrijk (socialisatie), maar ik hoop dat we meer meegeven op zondagse ritjes. Bijvoorbeeld (personificatie) het plezier in buiten zijn of een stukje milieubewustzijn.

Gert Biesta beschrijft de gronslag van ‘subjectivicatie’ als een vraag: “Wil je verantwoordelijkheid nemen voor je eigen leven?“. Subjectivicatie gaat nadrukkelijk niet over het doel om aan leerlingen, aan kinderen, te vertellen ‘hoe het hoort’. Dat is nou juist onderdeel van ‘socialisatie’ in het onderwijs. Maar ‘subjectivicatie’ gaat om de groei in de manier waarop leerlingen naar de wereld (durven) kijken, de manier waarop zij reageren en óf zij daar hun eigen rol en hun eigen aandeel in willen nemen.

Mindfulness is voor mij stil kunnen staan in het moment, om vervolgens je ervan bewust te zijn dat je een keuze hebt. Het maken van die keuze is dan eveneens een bewuste stap, in plaats van een reflexmatige handeling. En zelfs in situaties waarin we niets te kiezen hebben, kunnen we nog steeds kiezen hoe we die situaties ondergaan. Zoals ik ooit leerde in een cursus ‘seven habits‘: ‘you carry your own weather‘. Gert Biesta zegt: “Hoe je je verhoudt tot dingen waar je géén greep op hebt, dat moet je oefenen.” En daarmee raakt hij voor mij de kern van wat ik ieder kind, iedereen, zou willen meegeven. Ik las het ook van Pema Chodron in Falen – opnieuw falen – steeds beter falen. Het leven is vol onzekerheden, het enige wat je zeker weten gaat tegenkomen zijn momenten waarin het niet lukt. En dan is de vraag hoe je daar op reageert.

Welke houding neem jij aan wanneer er dingen op je pad komen waar je geen greep op hebt. Durf je op te staan? Durf je verantwoordelijkheid te nemen? Durf je ruimte te bieden aan de ander? Durf je toe te geven dat er iets verkeerd is gegaan, dat je iets anders had kunnen of willen doen? Durf je het ongemak te dragen? Durf je daadwerkelijk te voelen wat er op je af komt? Mindfulness is durven stilstaan en daarna een keuze maken. Je verhouden tot dingen waar je geen greep op hebt, is eveneens stilstaan en je realiseren dat je wel een keuze hebt. Durven stilstaan is een belangrijke eerste stap. Ik hoop nog heel vaak bewust stil te kunnen staan en ik hoop mijn eigen kinderen, en de kinderen die ik raak met mijn (onderwijs-)werk, de ruimte te geven en de vaardigheid te leren om dit ook te doen.

Hoe het hier gaat

Na een roerige periode op werk en thuis kwam ik vorig jaar voor de zomervakantie thuis te zitten met een burnout. Het kostte tijd om de volledige diepte van het burnoutproces te ervaren en het kostte nog veel meer tijd om langzaam terug omhoog te klimmen.

Na enige tijd ging ik terug naar mijn werkplek met het idee daar ‘beter’ te worden. Ergens wist ik al wel dat ik daar niet zou willen blijven, maar ik wilde er wel weer het gevoel krijgen dat ik ‘in orde’ was. Dat ik mijn werk aankon, in uren en in niveau. Al snel bleek dat de omstandigheden van veel grotere invloed waren dan ik van tevoren had bedacht. En daarmee dat het geen goede omgeving was voor mij. Maar wat dan wel?

Ik deed mijn best, ik zette door, ik twijfelde, overwoog en sprak uiteindelijk hardop uit dat ik niet terug wilde keren op mijn werkplek. De eerste reacties waren positief maar al gauw merkte ik dat ik nu vooral lastig ben voor de organisatie. Er is geen sprake van oog voor mij, het gaat niet meer over een persoon, maar het gaat nu over een aantal uren, een plek in het functiebouwwerk. Het gevoel dat ik vooral snel weg moet wezen, wordt in elk gesprek groter.

Tegelijkertijd mag ik sinds een paar weken op een andere werkplek aan de slag. Er ligt werk dat van waarde is, de collega’s zijn blij met mijn inzicht, kennis, ervaring en goede zin om aan de slag te gaan. En hoe fijn is dat!

Maar dubbel is het wel. Op de ene plek verword je van gewaardeerde collega naar een claim op de begroting en tegelijkertijd bouw je elders iets heel anders op.

Patronen

Al langere tijd ben ik me bewust van mijn spirituele reis. Mijn burnout van vorig jaar heeft deze reis een extra verdieping gegeven. Na de eerste fase van tot rust komen, mocht ik de cursus mindfulness doen. Daar heb ik veel geleerd; vooral in bewuster, maar zonder oordeel en (ver-)oordelen, naar mijzelf kijken. En binnenkort begin ik met de vervolgcursus, ‘zelfcompassie’, waarin omgaan met je innerlijke criticus nog meer aan bod zal komen.

De afgelopen weken kwam ik Marjolein Mennes online tegen, de vrouw achter ‘Lieve moeders‘. Ik deed mee met haar vijfdaagse mindful moeder training. En deze week doe ik mee met de ‘Tijd voor jezelf – challenge‘. Gister, de derde dag van de challenge, ging het over je kind als leermeester, of eigenlijk wat je zelf te leren hebt in situaties waarin je jouw kind ‘lastig’, ‘druk’, ‘vervelend’, ‘irritant’, etc. vindt. Marjolein verteld hier over situaties die er zijn tussen je kind en jou waar je uit je slof schiet, geprikkeld reageert, je overvallen voelt en waarin je eigenlijk anders zou willen reageren. Ze merkt hier op dat het dan vaak zo is dat het gedrag van jullie beiden, de interactie tussen jou en je kind, jou in oude gedragspatronen doet vallen.

‘je zult ook gedragspatronen zien die haaks op elkaar lijken te staan’

De manier waarop Marjolein over oude patronen sprak, deed mij beseffen dat wij heel veel oude patronen met ons meedragen. Ik realiseerde mij dat wij een samenraapsel zijn van gedragingen die wij gaandeweg ons leven hebben gezien bij anderen en hebben overgenomen. Gedragingen van onze ouders / opvoeders zullen hier de grootste stempel in drukken. Daarin zie je, als je goed kijkt, de gedragingen van je grootouders eveneens terug. Maar je zult ook gedragspatronen zien die haaks op elkaar lijken te staan. Daar waar je hebt besloten, of waar jouw ouders hebben besloten, om het anders te doen dan hoe jij of hoe zij het als kind ervaren hebben.

‘Jij kunt kiezen of je wilt reageren, hoe je wilt reageren.’

In hoeverre zit je vast aan oude gedragspatronen? Als er iets is wat mindfulness mij geleerd heeft, en blijft leren, is dat je niet vast hoeft te zitten. Je begint met opmerken, open staan voor elke ervaring en voor jouw gevoel daarbij. Niet met het doel iets te veranderen, te herstellen. Maar met het doel de ervaring met aandacht aan te gaan. Op het moment dat je mindful, met aandacht, de ervaring kan beleven dan kun je als het ware tegelijkertijd op een afstandje gaan staan van wat je overkomt. Je kunt naar de ervaring kijken en zien wat er gebeurd. Je stapt even opzij en kunt niet alleen zien wat er gebeurd, je kunt een keuze maken. Jij kunt kiezen of je wilt reageren, hoe je wilt reageren. Je kan je oude gedragspatroon volgen, of je kiest een andere route.

Let wel, je moet geen andere route kiezen. Maar door even afstand te nemen, heb je wel de mogelijkheid om een andere route te kiezen. Je hoeft niet door te geven wat je van je ouders hebt geleerd, en je hoeft het ook niet radicaal anders te doen. Maar het mag wel. Of je kiest voor de gulden middenweg. Alles is mogelijk, als je af en toe de rust kunt vinden om van een afstandje te kijken naar jezelf.

Wat ik nou het mooie vind, is dat ik me ben gaan realiseren dat ik bepaalde gedragingen met me meedraag. Gedragspatronen die ik nou eenmaal heb meegekregen van huis uit. Helpend, of minder helpend. Gedragingen die ik, onbewust, aan het doorgeven ben aan mijn kinderen. En de realisatie dat ik het anders kan doen. Dat ik bepaalde gedragingen juist mag gebruiken omdat ze een goed voorbeeld zijn voor mijn kinderen. En dat is voor mij een verdieping van mijn spirituele reis. Het is een persoonlijke reis, maar wel een reis die van impact is op mijn dierbaren.

Bij welke generatie hoor jij?

De stille generatie (1930-1940)? De babyboomers (1940-1955)? Generatie X, nix, verloren generatie (1955-1970)? De pragmatische generatie, ook wel patatgeneratie (1970-1985)? Generatie Y (1980-1995), Generatie Z (1990-2000) of Generatie alpha (2000-2011)?

Zelf mag ik kiezen, lees ik. Begin jaren ’80 ben ik geboren dus ik mag me thuisvoelen bij de patatgeneratie en bij generatie Y. Die laatste ken ik overigens ook als ‘millenials’ maar dan zijn ze geboren tussen 1985 en 2000. Wat ik me dan afvraag is wie zoiets nou bepaalt. Hoe kun je nou een grens tussen twee generaties knippen tussen 31 december van het ene jaar en 1 januari van het volgende jaar. Ik moet dan denken aan een tweeling die rond middernacht geboren wordt precies op de grens. Dat maakt het absurdisme van die harde grens meteen maar duidelijk.

Wat een generatie natuurlijk wel kenmerkt, is hoe de wereld eruit ziet op het moment dat je opgroeit. Als ik om mij heen kijk, hadden wij het als kinderen in die jaren ’80 en ’90 erg goed. Onze vaders (over het algemeen) hadden allemaal een baan, en onze moeders (nog) niet. De computer kwam langzaam maar zeker in elk huishouden en over schermtijd werd amper gesproken. KinderTV was er dan ook alleen op woensdagmiddag en de zaterdagochtend kwam daar later bij (Telekids). Op de middelbare school kwam het internet op en werd onze wereld enorm veel groter. Inmiddels kunnen we niet meer zonder, en ook niet altijd goed mét, die enorme stroom informatie. We droegen t-shirts van Greenpeace waarmee we aandacht vroegen voor het oerwoud, voor met olie besmeurde vogels en de zure regen. Toen we prille pubers waren, was er heel veel aandacht voor SOA’s waar aids nog eens extra bovenuit stak.

Wat ik me later ben gaan realiseren, is dat ik behoor tot de generatie die het niet automatisch beter zal gaan doen dan zijn ouders. Mijn grootouders hebben altijd hard moeten werken en ook wel tijden gekend waarin elk dubbeltje omgedraaid moest worden om hun kinderschare (7 danwel 4 kinderen) te voeden en te kleden. Mijn ouders konden een eigen huis kopen om daar meteen na hun trouwen in te trekken en twijfel of er voldoende voedsel op tafel zou komen, hebben wij als kinderen nooit gekend. Dat eigen huis hebben wij inmiddels zelf ook, maar als we dat op één salaris zouden moeten bekostigen, zullen we heel wat uitgaven kritisch moeten bekijken. En hoe blij ik ook ben dat ik heb kunnen studeren en daardoor fijn en uitdagend werk kan doen (ik zou niet zonder willen!), het is toch ook wel luxe als je kan besluiten dat één van beiden thuis blijft bij de kinderen.

Ik voel me qua generaties een beetje heen en weer geslingerd tussen de pragmatische generatie en de millenials. Bij de eerste hoort het gevoel van ‘alles is mogelijk’ dat in mijn jeugd wel gold, bij de tweede het opgroeien in het informatietijdperk terwijl je toch de tijd zonder internet ook nog hebt meegemaakt. Bij de tweede schijnt ook een gevoel te horen van opgroeien in een tijd van terroristische dreiging (9/11 en daarna) en emancipatie (Barack Obama als eerste zwarte president). Hier voel ik me dan weer veel minder bij thuis. Bij de eerste, de patatgeneratie, wordt ook gezegd dat het om zéér vrij opgevoede kinderen gaat. Kinderen wiens ouders een behoorlijk bekrompen opvoeding hebben gehad, waardoor de ouders weer zijn doorgeslagen de andere kant op. Dat herken ik zeker niet, maar mijn ouders zijn dan ook weer van vlak na de babyboom-generatie…

En, bij welke generatie hoor jij?

Avondje uit

De kinderen waren logeren bij Opa en Oma. En de wederhelft stelde voor om samen naar de film te gaan. Bohemian Rhapsody. Ik had er her en der wel van gehoord en gelezen dat het een mooie film was. Daarbij had ik nog net opgeslagen dat de acteur die Freddy Mercury speelt daarvoor een Oscar had gekregen. Maar of het een ‘echte’ film zou zijn, of een biografisch geheel, of meer een documentaire met oude beelden… ik had eerlijk waar geen idee.

En zo fietsten wij donderdagnamiddag samen naar de stad. Dat alleen al was een bijzondere gewaarwording, samen zonder kinderen op pad. We gingen het pand van de bioscoop in en bemerkten onze eigen nostalgie. We kropen op één van de laatste rijen en gaven ons over aan de film.

En wat hebben we genoten. Een hele mooie film, een verhaal dat gebracht wordt onderstreept door de muziek van Queen. Zelf ben ik geen kenner van de band Queen, noch van hun muziek. Uiteraard ken ik een heel aantal van hun nummers (wie heeft er niet ooit een bandje of cd langer dan 14 dagen in de auto laten liggen, waardoor het veranderd in ‘greatest hits of queen’*) maar ik ken niet de details, noch de jaartallen waarin de nummers precies zijn uitgebracht. Als er dus nummers en jaartallen veranderd zijn (wat je op het wereld wijde web makkelijk kan teruglezen) dan merk ik dat niet en zie ik hoe het gebrachte verhaal versterkt wordt door de muziekkeuze.

Heel mooi vond ik de wijze waarop begin en einde van de film op elkaar pasten, ‘bookends‘. En als je op youtube kijkt, kun je de scene van de film vinden die afgespeeld wordt naast het live-optreden van Queen tijdens LiveAid. De choreografie lag er al en de acteurs van de film doen dit op prachtige wijze na. Een bewuste keuze van de filmmakers, maar dan ook werkelijk tot in de puntjes uitgevoerd. Daar heb ik reuze bewondering voor, net als bijvoorbeeld voor de kostuums die Freddy Mercury gedurende de gehele film draagt.

De film durf ik je zeker aan te raden. Als je de muziek van Queen een beetje leuk vind, als je kunt genieten van een tijdsbeeld uit de jaren 60-70-80, als je het interessant vind om wat meer te zien van de wisselwerking binnen een muziekband en de mensen die daar omheen staan zowel zakelijk als persoonlijk. Of als je de kans hebt samen een avondje de stad in te kunnen gaan en een excuus zoekt om dat ook echt te doen. Ik zeg gaan!

*deze grap komt uit het boek ‘good omens’ van Terry Pratchett en Neill Gaiman

Leestips

“In de tijd die je elk jaar aan social media besteedt, kan je evengoed een groot aantal boeken lezen.” Dat las ik kortgeleden op twitter. En dat gaf de directe aanleiding voor het uitwerken van een logje over boeken.

Ik ben een fervent lezer. Altijd al geweest. Als baby in de tijdschriften van mijn moeder bladeren (altijd netjes, nooit eens flink scheuren), als peutertje vroeg ik mijn moeder om voor te lezen (tig keer hetzelfde boekje) en als kleuter was ik gefascineerd door letters. In groep 3 ging dan eindelijk de leeswereld open en sindsdien ben ik niet meer gestopt.

Alles wordt gelezen, de borden langs de weg, de ondertiteling van alle films, de krant, de jampot en het pak van de muesli. Drie of vier boeken tegelijk, in sneltreinvaart of elke dag een klein stukje. Wekelijks naar de bieb, of elke dag dat de bieb open is (vroeger thuis 3x per week), een kast vol boeken en tegenwoordig aangevuld met een e-reader.

Graag deel ik hieronder een aantal verhalen die ik heel heel heel graag lees:

  • de verhalen van Robin Hobb: voor wie van fantasy houdt. Een schitterend epos verdeeld over meerdere trilogieën. Draken, zeeslagen, lange tochten te paard, jagen in de bergen, bijzondere krachten en machten, intriges en familiebeslommeringen wisselen elkaar af.
  • Alle verhalen van Terry Pratchett: wederom fantasy maar nu met een flinke dosis humor, taalvaardigheid en taalgrapjes. Erg leuk vind ik het om te proberen te ontdekken uit welke bronnen Pratchett heeft geput om te parodiëren (lees hiervoor ook the annotated Pratchett-files)
  • De Zevensprong, Brief aan de Koning, Torenhoog en Mijlenbreed, en alle andere verhalen van Tonke Dragt. Mijn favorieten sinds ik De Zevensprong in herhaling op TV zag en het boek heb ik inmiddels meer dan 100 keer gelezen.

Tot zover de ultieme favorieten in onze boekenkast (manLief was allereerst de Pratchett-fan, dus qua volume verantwoordelijk voor ruimschoots meer dan de helft van de hierboven opgesomde verhalen).

Hardlopende moeder

Een maand of negen na de geboorte van onze oudste deed ik ‘het’ voor het eerst. ‘Het’? Hardlopen.

Een collega was fan van Evy (de Belgische hardloopcoach die al velen aan het hardlopen had gekregen met haar boek, website en vooral podcast). Ik kreeg van haar de podcast-afleveringen en Evy deed mij de belofte dat ik in 10 weken een 5 km in 30 minuten zou kunnen lopen.

Het duurde niet lang of ik was verslaafd. De eerste hobbels werden overwonnen en inderdaad al gauw liep ik 5 kilometer en ook nog in iets minder dan 30 minuten. Ik was een hardlopende moeder.

‘ik was verslaafd, ik was een hardlopende moeder’

Ik liep tot ik zo’n 25 weken zwanger was van onze jongste en pakte het een dik half jaar na haar geboorte opnieuw op. Ik haalde Evy weer tevoorschijn en liep als snel weer de 5 km, ik liep snelle 3 km’s, ik durfde uitbouwen naar 10 km, liep op vakantie in de heuvels en liep een lopersknie op. Liet me adviseren, andere zolen aanmeten en begon weer bij week 1 van Evy. Liep tijden weer lekker maar de lopersknie kwam ook weer terug. Ik ging naar de fysio en deed mijn oefeningen en begon weer samen met Evy aan de opbouw. Ik durfde uiteindelijk ook weer naar die 10 km te gaan opbouwen en vond het heerlijk. Alleen het herstel van die lange loopjes. Dat wilde maar niet vlotten. Het kwartje viel toen de huisarts een burn-out constateerde. Ik was een altijd-hard-lopende moeder geworden en dat was teveel van het goede.

Ik hing mijn hardloopschoenen aan de wilgen en besloot het anders te doen. Ik voelde mij nog steeds een hardlopende moeder. Ik wil nog steeds graag die vrouw zijn die partner, moeder, dochter, zus, vriendin, collega, betrouwbaar, eerlijk, sportief, creatief, muzikaal, belezen, betrokken, actief is. Ik wil graag hard kunnen lopen voor de mensen om mij heen en de dingen waar ik voor kies. Maar dat kan ik alleen als ik ook af en toe stil mag staan en voor mijzelf kan zorgen.

‘mens sana in corporo sano’

Werken aan een gezond lichaam is één manier om goed voor mijzelf te zorgen. De oude grieken zeiden al ‘mens sana in corporo sano’. Dus redelijk snel nadat ik thuis kwam te zitten, pakte ik het hardlopen weer op. Ik hing het schema van Evy op de koelkast en twee keer per week streepte ik een hardlooples af. Ik deed één ding wel heel anders. Ik trok barefoothardloopschoenen aan, in plaats van geavanceerde hardloopschoenen met ook nog eens op maat gemaakte schoenzolen, en loop tegenwoordig dus barefoot-stijl. En met die barefoot-stijl loop ik inmiddels weer de 5 kilometer met veel plezier. Soms snel, soms minder snel. Soms ga ik verder, soms ook niet. Ik ben weer een hardlopende moeder, maar hoef niet persé ver of echt hard, want ik wil niet in de valkuil van altijd-hard-lopende-moeder vallen.

Teensokken en barefootschoenen, hardlopen nieuwe stijl.

Er zijn heel veel manieren om goed voor jezelf te zorgen. Voor mij is hardlopen een erg goede manier omdat het een combinatie is van sporten, buiten zijn en plezier hebben. Binnenkort meer over de hoe ik hardloop. Voor nu ben ik heel benieuwd wat jij doet om goed voor jezelf te zorgen.

Maandoverzicht – januari 2019

Een nieuwe maand, de eerste van het nieuwejaar. Een mooi moment voor een nieuwe gewoonte. De maand afsluiten met een (kort) overzicht.

‘Opnieuw uitvinden van tradities, goed begin, doorzetten van goede gewoontes en een nieuwe impuls aan oude gewoontes.’

Januari stond in het teken van tradities, en dan vooral het opnieuw uitvinden van tradities. De maand stond in het teken van een goed begin, het doorzetten van goede gewoontes en van een nieuwe impuls geven aan oude gewoontes. Onderaan de streep is januari 2019 een mooie maand geweest waarin we dankbaar kunnen zijn voor al het goede en waarin vooral ikzelf belangrijke stappen heb gezet om mijn basis te verstevigen.

We begonnen door de eerste momenten van het nieuwe jaar bij vrienden door te brengen. Hoe fijn is het wanneer de kinderen vriendjes/vriendinnetjes maken waarna je als ouders onderling ook vriendschap kunt sluiten. En misschien wordt deze vorm van oud & nieuw vieren wel een nieuwe traditie.

Ook de rest van de vakantieweek liep anders dan andere jaren. Niet op verjaardag bij een jarig nichtje, maar naar een museum. Samen met de kinderen bezocht ik museum Boijmans Van Beuningen. Dat was zéér geslaagd.

Spannend was het, vooral voor mij, om na twee heerlijke weken vakantie weer aan het werk te gaan. Ik ben herstellende van een burn-out, werk op 2 dagen in de week een paar uurtjes én had besloten mijn leidinggevende te vertellen dat ik uiteindelijk niet wil terugkeren in mijn oude werk. De functie is op papier nog steeds heel leuk en passend, maar hoe meer daagjes ik terug was geweest, hoe meer ik besefte dat ik met deze leidinggevende nooit ga floreren. Het was altijd schipperen gebleven, zelfs vaak ergeren, en het gevoel ‘ik kan hier niet achter staan’ kwam ook geregeld om de hoek. Dat neemt niet weg dat ik op dit moment niet gezond genoeg ben om elders aan de slag te gaan, dat het thuis- en ziekzijn me heeft doen twijfelen aan wat ik wil qua werk, dat ik niet zomaar mijn vaste aanstelling overboord wil werpen en dat ik van de afgelopen 10 jaar er zevenenhalf naar volle (wederzijdse) tevredenheid bij deze organisatie heb gewerkt (minus 2x 6 maanden zwangerschapsverlof en de laatste anderhalf jaar met deze leidinggevende. Het is niet niks om dat allemaal los te laten. En toch heb ik de eerste stap daartoe gezet.

Vervolgens haalde ik de contacten met (ex-)collega’s dichtbij en verderaf weer aan. Twee keer lunch met twee keer fijne gesprekken. Binnenkort koffie met de leidinggevende die mij 10 jaar geleden de kans gaf om de onderwijswereld in te rollen en via korte berichtjes al een beetje bijgepraat met de leidinggevende die mij het plezier liet zien dat je kan beleven aan anderen in beweging brengen.

Ik zette het hardlopen door. Twee keer per week, minstens, trek ik de hardloopschoenen aan en loop 3 à 5 kilometer. Ik durfde ook voorzichtig uit te spreken dat ik het hardlopen graag wil uitbreiden. Of dat een heel snelle 5 kilometer zal worden, of via de 10 km naar de halve (of ooit een hele?) marathon? De tijd zal het leren.


We liepen de gele route in Meijendel,
en hierboven net dat kleine stukje extra om de zee niet alleen te horen maar ook te zien.

Tijdens het hardlopen geniet ik graag van de omgeving. Dat genieten probeer ik ook over te brengen op de kinderen door ze steeds vaker mee te slepen voor een wandeling in de natuur.

Friemelen met je veters van de spanning…

Genieten kunnen we ook van bijzondere momenten. Zo heeft onze oudste dit jaar vol overtuiging ja gezegd tegen de kans om theaterlessen te volgen na schooltijd. Zijn eerste voorstelling, met als thema ‘sprookjes’, was deze maand. De spanning straalde van hem af, maar tegelijk ook het plezier. Hij heeft het zo naar zijn zin elke maandagmiddag, genieten om hem nu in actie te zien.

Een dankbare dag brachten we door aan het Veluwermeer waar mijn ouders ter gelegenheid van hun trouwdag (39 jaar) een vakantieweekje hadden geboekt. Gewoon maar samen te zijn. Een stukje wandelen, een simpel spelletje spelen.

Zicht over het Veluwemeer

En zo ronden wij de laatste dagen van januari af. De dagen lengen, de laatste stompjes kaars van de adventskrans worden opgebrand en ondanks de kou en sneeuw voel ik dat de lente in de lucht hangt.