Helen en niet verdringen

Ik zat mijn huiswerk voor loopbaancoaching nog eens na te lezen. Een test waaruit een score op verschillende (team-)rollen kwam. Het was niet de eerste keer dat ik de test deed, de uitslag was niet nieuw en geeft tegelijk wel nieuwe inzichten. Ik geniet heel erg van het loopbaantraject en van de dingen die ik over mijzelf mag leren. De rollentest heb ik met veel plezier gedaan, na de eerste aarzeling.

Waarom die aarzeling? Een vergelijkbare rollentest deden we najaar 2017 met ons toenmalige team. Een team bestaand uit mijzelf, drie collega’s en een leidinggevende. Het team waarvan in januari 2018 en in april 2018 twee collega’s uitvielen en waar ik zelf eind mei 2018 uitviel. Alledrie met als uiteindelijk resultaat de beslissing niet terug te willen keren naar onze werkplek. Uit de toenmalige rollentest kwam voor mij een iets ander beeld dan het resultaat binnen dit loopbaantraject. Niet gek, omdat de context van het invullen ook heel anders is. De toenmalige rollentest heeft wel geleid tot werkafspraken, tot verwachtingen over en weer, tot niet-passende verwachtingen en toezeggingen. En dat was wat me vandaag raakte.

De rollentest van ons team heeft toentertijd geleid tot (oa.) het verschuiven van taken van mijn leidinggevende naar mij. Taken waar zij, aldus haar uitslag, niet de beste persoon voor was, maar taken die mij evenmin écht energie geven. De begeleider van die dag had dat laatste moeten kunnen zien, als ze open naar ons als team én naar ons als individuen had gekeken. Door het opnieuw doen van de rollentest zag ik hoe er toen binnen ons team de focus verlegd is, naar taken / rollen / verantwoordelijkheden die niet goed bij ieder van ons pasten. Hoe er op verschillende plekken verantwoordelijkheden zijn verschoven die niet pasten bij onze functies. Hoe er scheefgroei werd bevestigd en vergroot.

Dit inzicht deed me pijn. Ik heb er verdriet van dat het zo gegaan is en dat het heeft geleid tot het uiteenvallen van ons team, tot het ziek worden van mijzelf en twee collega’s. Ik werd er door overvallen. En ineens besefte ik dat ik nu in de praktijk kon brengen wat ik bij mindfulness en bij zelfcompassie geleerd heb. Het inzicht deed me heel veel pijn, ik verweet mijzelf bovendien het nodige, terugkijkend naar de situatie. Op dat moment wilde ik het liefste iets anders gaan doen, mezelf afleiden van de pijn, de pijn wegstoppen, of misschien nog liever de leidinggevende of degene die ons team die dag begeleidde de schuld geven. Maar ik deed iets anders. Ik ging de confrontatie aan met het verdriet en met de pijn. Ik zette mijn twee voeten stevig op de grond, ademde diep en rustig en liet de golven van pijn en verdriet komen. Ik weigerde mijzelf om nieuwe koffie te gaan halen, of om meteen de computer te openen en het inzicht te delen in dit bericht. Ik ademde door en liet de golven komen en gaan. Ik luisterde naar mijn lichaam en koos ervoor om niet te luisteren naar de stem in mijn hoofd die mij vertelde wat ik in en na die situatie allemaal anders had moeten doen. Naast het aangaan van de negatieve emoties (mindfulness) durfde ik ook de compassie op te zoeken. Voor mijzelf en voor de anderen die er toen bij waren. Zelfs voor de begeleider van de dag, van wie ik geen al te hoge pet op heb. Ik koos ervoor om in verbinding te staan, van mens tot mens, en vanuit het universele vertrouwen dat wij allen ons best doen.

Het liefst had ik het inzicht analytisch benaderd. Het vergroot mijn kennis van de rollentest en hoe deze rollen kunnen uitwerken in een team. Die kennis hoop ik nog steeds opgedaan te hebben, maar belangrijker is dat ik de pijn en het verdriet niet heb verdrongen. Ik heb er verdriet van dat de fijne samenwerking van een team, met goede resultaten voor de gehele organisatie, teniet gedaan kan worden doordat er een leidinggevende toegevoegd wordt die niet de match weet te maken. Toch is dat nu hoe het is, het team is er niet meer en komt niet meer terug én ik heb daar verdriet van. Dat toe te mogen geven, in plaats van weg te stoppen, is helend.

Dus laat ik mij soms even overspoelen door golven. Eb en vloed. Je kan ze wel ontkennen, of willen vermijden, maar de golven zijn echt. Net zo echt als mijn hoofd dat ook weer boven water komt.

Advertentie

Het persoon-willen-zijn

Als je in het onderwijs werkt, kun je er niet meer omheen. Hoogleraar Gert Biesta die het gesprek over ‘wat vinden wij goed onderwijs’ weer op de kaart zette. Hij heeft al heel wat geschreven over het onderwijs en zijn drieslag ‘kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming (of subjectificatie)’ moet inmiddels elke onderwijsprofessional bekend in de oren klinken. Deze week las ik een interview met Gert Biesta waarin hij het begrip ‘persoonsvorming’ of ‘subjectivicatie’ nader toelichtte. Bij het lezen van dit interview gingen mijn gedachten continue naar mijn eigen levensreis waarin mindfulness op dit moment een grote rol speelt.

(voor de niet-onderwijs-lezers alhier) Goed onderwijs omvat kwalificatie, leerlingen worden opgeleid naar een einddoel (diploma, overgang volgend onderwijsniveau, certificaat, etc.), socialisatie, waarin leerlingen leren zich te gedragen in sociaal verband (van de regels en mores in de klas/school, tot de (ongeschreven) regels in een samenleving) en personificatie, waarin leerlingen groeien als mens (hun eigen sterktes en zwaktes leren kennen en leren zich te verhouden tot de wereld klein of groot om hen heen).

Verkeersregels zijn belangrijk (socialisatie), maar ik hoop dat we meer meegeven op zondagse ritjes. Bijvoorbeeld (personificatie) het plezier in buiten zijn of een stukje milieubewustzijn.

Gert Biesta beschrijft de gronslag van ‘subjectivicatie’ als een vraag: “Wil je verantwoordelijkheid nemen voor je eigen leven?“. Subjectivicatie gaat nadrukkelijk niet over het doel om aan leerlingen, aan kinderen, te vertellen ‘hoe het hoort’. Dat is nou juist onderdeel van ‘socialisatie’ in het onderwijs. Maar ‘subjectivicatie’ gaat om de groei in de manier waarop leerlingen naar de wereld (durven) kijken, de manier waarop zij reageren en óf zij daar hun eigen rol en hun eigen aandeel in willen nemen.

Mindfulness is voor mij stil kunnen staan in het moment, om vervolgens je ervan bewust te zijn dat je een keuze hebt. Het maken van die keuze is dan eveneens een bewuste stap, in plaats van een reflexmatige handeling. En zelfs in situaties waarin we niets te kiezen hebben, kunnen we nog steeds kiezen hoe we die situaties ondergaan. Zoals ik ooit leerde in een cursus ‘seven habits‘: ‘you carry your own weather‘. Gert Biesta zegt: “Hoe je je verhoudt tot dingen waar je géén greep op hebt, dat moet je oefenen.” En daarmee raakt hij voor mij de kern van wat ik ieder kind, iedereen, zou willen meegeven. Ik las het ook van Pema Chodron in Falen – opnieuw falen – steeds beter falen. Het leven is vol onzekerheden, het enige wat je zeker weten gaat tegenkomen zijn momenten waarin het niet lukt. En dan is de vraag hoe je daar op reageert.

Welke houding neem jij aan wanneer er dingen op je pad komen waar je geen greep op hebt. Durf je op te staan? Durf je verantwoordelijkheid te nemen? Durf je ruimte te bieden aan de ander? Durf je toe te geven dat er iets verkeerd is gegaan, dat je iets anders had kunnen of willen doen? Durf je het ongemak te dragen? Durf je daadwerkelijk te voelen wat er op je af komt? Mindfulness is durven stilstaan en daarna een keuze maken. Je verhouden tot dingen waar je geen greep op hebt, is eveneens stilstaan en je realiseren dat je wel een keuze hebt. Durven stilstaan is een belangrijke eerste stap. Ik hoop nog heel vaak bewust stil te kunnen staan en ik hoop mijn eigen kinderen, en de kinderen die ik raak met mijn (onderwijs-)werk, de ruimte te geven en de vaardigheid te leren om dit ook te doen.

Hoe het hier gaat

Na een roerige periode op werk en thuis kwam ik vorig jaar voor de zomervakantie thuis te zitten met een burnout. Het kostte tijd om de volledige diepte van het burnoutproces te ervaren en het kostte nog veel meer tijd om langzaam terug omhoog te klimmen.

Na enige tijd ging ik terug naar mijn werkplek met het idee daar ‘beter’ te worden. Ergens wist ik al wel dat ik daar niet zou willen blijven, maar ik wilde er wel weer het gevoel krijgen dat ik ‘in orde’ was. Dat ik mijn werk aankon, in uren en in niveau. Al snel bleek dat de omstandigheden van veel grotere invloed waren dan ik van tevoren had bedacht. En daarmee dat het geen goede omgeving was voor mij. Maar wat dan wel?

Ik deed mijn best, ik zette door, ik twijfelde, overwoog en sprak uiteindelijk hardop uit dat ik niet terug wilde keren op mijn werkplek. De eerste reacties waren positief maar al gauw merkte ik dat ik nu vooral lastig ben voor de organisatie. Er is geen sprake van oog voor mij, het gaat niet meer over een persoon, maar het gaat nu over een aantal uren, een plek in het functiebouwwerk. Het gevoel dat ik vooral snel weg moet wezen, wordt in elk gesprek groter.

Tegelijkertijd mag ik sinds een paar weken op een andere werkplek aan de slag. Er ligt werk dat van waarde is, de collega’s zijn blij met mijn inzicht, kennis, ervaring en goede zin om aan de slag te gaan. En hoe fijn is dat!

Maar dubbel is het wel. Op de ene plek verword je van gewaardeerde collega naar een claim op de begroting en tegelijkertijd bouw je elders iets heel anders op.

Maandoverzicht – januari 2019

Een nieuwe maand, de eerste van het nieuwejaar. Een mooi moment voor een nieuwe gewoonte. De maand afsluiten met een (kort) overzicht.

‘Opnieuw uitvinden van tradities, goed begin, doorzetten van goede gewoontes en een nieuwe impuls aan oude gewoontes.’

Januari stond in het teken van tradities, en dan vooral het opnieuw uitvinden van tradities. De maand stond in het teken van een goed begin, het doorzetten van goede gewoontes en van een nieuwe impuls geven aan oude gewoontes. Onderaan de streep is januari 2019 een mooie maand geweest waarin we dankbaar kunnen zijn voor al het goede en waarin vooral ikzelf belangrijke stappen heb gezet om mijn basis te verstevigen.

We begonnen door de eerste momenten van het nieuwe jaar bij vrienden door te brengen. Hoe fijn is het wanneer de kinderen vriendjes/vriendinnetjes maken waarna je als ouders onderling ook vriendschap kunt sluiten. En misschien wordt deze vorm van oud & nieuw vieren wel een nieuwe traditie.

Ook de rest van de vakantieweek liep anders dan andere jaren. Niet op verjaardag bij een jarig nichtje, maar naar een museum. Samen met de kinderen bezocht ik museum Boijmans Van Beuningen. Dat was zéér geslaagd.

Spannend was het, vooral voor mij, om na twee heerlijke weken vakantie weer aan het werk te gaan. Ik ben herstellende van een burn-out, werk op 2 dagen in de week een paar uurtjes én had besloten mijn leidinggevende te vertellen dat ik uiteindelijk niet wil terugkeren in mijn oude werk. De functie is op papier nog steeds heel leuk en passend, maar hoe meer daagjes ik terug was geweest, hoe meer ik besefte dat ik met deze leidinggevende nooit ga floreren. Het was altijd schipperen gebleven, zelfs vaak ergeren, en het gevoel ‘ik kan hier niet achter staan’ kwam ook geregeld om de hoek. Dat neemt niet weg dat ik op dit moment niet gezond genoeg ben om elders aan de slag te gaan, dat het thuis- en ziekzijn me heeft doen twijfelen aan wat ik wil qua werk, dat ik niet zomaar mijn vaste aanstelling overboord wil werpen en dat ik van de afgelopen 10 jaar er zevenenhalf naar volle (wederzijdse) tevredenheid bij deze organisatie heb gewerkt (minus 2x 6 maanden zwangerschapsverlof en de laatste anderhalf jaar met deze leidinggevende. Het is niet niks om dat allemaal los te laten. En toch heb ik de eerste stap daartoe gezet.

Vervolgens haalde ik de contacten met (ex-)collega’s dichtbij en verderaf weer aan. Twee keer lunch met twee keer fijne gesprekken. Binnenkort koffie met de leidinggevende die mij 10 jaar geleden de kans gaf om de onderwijswereld in te rollen en via korte berichtjes al een beetje bijgepraat met de leidinggevende die mij het plezier liet zien dat je kan beleven aan anderen in beweging brengen.

Ik zette het hardlopen door. Twee keer per week, minstens, trek ik de hardloopschoenen aan en loop 3 à 5 kilometer. Ik durfde ook voorzichtig uit te spreken dat ik het hardlopen graag wil uitbreiden. Of dat een heel snelle 5 kilometer zal worden, of via de 10 km naar de halve (of ooit een hele?) marathon? De tijd zal het leren.


We liepen de gele route in Meijendel,
en hierboven net dat kleine stukje extra om de zee niet alleen te horen maar ook te zien.

Tijdens het hardlopen geniet ik graag van de omgeving. Dat genieten probeer ik ook over te brengen op de kinderen door ze steeds vaker mee te slepen voor een wandeling in de natuur.

Friemelen met je veters van de spanning…

Genieten kunnen we ook van bijzondere momenten. Zo heeft onze oudste dit jaar vol overtuiging ja gezegd tegen de kans om theaterlessen te volgen na schooltijd. Zijn eerste voorstelling, met als thema ‘sprookjes’, was deze maand. De spanning straalde van hem af, maar tegelijk ook het plezier. Hij heeft het zo naar zijn zin elke maandagmiddag, genieten om hem nu in actie te zien.

Een dankbare dag brachten we door aan het Veluwermeer waar mijn ouders ter gelegenheid van hun trouwdag (39 jaar) een vakantieweekje hadden geboekt. Gewoon maar samen te zijn. Een stukje wandelen, een simpel spelletje spelen.

Zicht over het Veluwemeer

En zo ronden wij de laatste dagen van januari af. De dagen lengen, de laatste stompjes kaars van de adventskrans worden opgebrand en ondanks de kou en sneeuw voel ik dat de lente in de lucht hangt.