Bij welke generatie hoor jij?

De stille generatie (1930-1940)? De babyboomers (1940-1955)? Generatie X, nix, verloren generatie (1955-1970)? De pragmatische generatie, ook wel patatgeneratie (1970-1985)? Generatie Y (1980-1995), Generatie Z (1990-2000) of Generatie alpha (2000-2011)?

Zelf mag ik kiezen, lees ik. Begin jaren ’80 ben ik geboren dus ik mag me thuisvoelen bij de patatgeneratie en bij generatie Y. Die laatste ken ik overigens ook als ‘millenials’ maar dan zijn ze geboren tussen 1985 en 2000. Wat ik me dan afvraag is wie zoiets nou bepaalt. Hoe kun je nou een grens tussen twee generaties knippen tussen 31 december van het ene jaar en 1 januari van het volgende jaar. Ik moet dan denken aan een tweeling die rond middernacht geboren wordt precies op de grens. Dat maakt het absurdisme van die harde grens meteen maar duidelijk.

Wat een generatie natuurlijk wel kenmerkt, is hoe de wereld eruit ziet op het moment dat je opgroeit. Als ik om mij heen kijk, hadden wij het als kinderen in die jaren ’80 en ’90 erg goed. Onze vaders (over het algemeen) hadden allemaal een baan, en onze moeders (nog) niet. De computer kwam langzaam maar zeker in elk huishouden en over schermtijd werd amper gesproken. KinderTV was er dan ook alleen op woensdagmiddag en de zaterdagochtend kwam daar later bij (Telekids). Op de middelbare school kwam het internet op en werd onze wereld enorm veel groter. Inmiddels kunnen we niet meer zonder, en ook niet altijd goed mét, die enorme stroom informatie. We droegen t-shirts van Greenpeace waarmee we aandacht vroegen voor het oerwoud, voor met olie besmeurde vogels en de zure regen. Toen we prille pubers waren, was er heel veel aandacht voor SOA’s waar aids nog eens extra bovenuit stak.

Wat ik me later ben gaan realiseren, is dat ik behoor tot de generatie die het niet automatisch beter zal gaan doen dan zijn ouders. Mijn grootouders hebben altijd hard moeten werken en ook wel tijden gekend waarin elk dubbeltje omgedraaid moest worden om hun kinderschare (7 danwel 4 kinderen) te voeden en te kleden. Mijn ouders konden een eigen huis kopen om daar meteen na hun trouwen in te trekken en twijfel of er voldoende voedsel op tafel zou komen, hebben wij als kinderen nooit gekend. Dat eigen huis hebben wij inmiddels zelf ook, maar als we dat op één salaris zouden moeten bekostigen, zullen we heel wat uitgaven kritisch moeten bekijken. En hoe blij ik ook ben dat ik heb kunnen studeren en daardoor fijn en uitdagend werk kan doen (ik zou niet zonder willen!), het is toch ook wel luxe als je kan besluiten dat één van beiden thuis blijft bij de kinderen.

Ik voel me qua generaties een beetje heen en weer geslingerd tussen de pragmatische generatie en de millenials. Bij de eerste hoort het gevoel van ‘alles is mogelijk’ dat in mijn jeugd wel gold, bij de tweede het opgroeien in het informatietijdperk terwijl je toch de tijd zonder internet ook nog hebt meegemaakt. Bij de tweede schijnt ook een gevoel te horen van opgroeien in een tijd van terroristische dreiging (9/11 en daarna) en emancipatie (Barack Obama als eerste zwarte president). Hier voel ik me dan weer veel minder bij thuis. Bij de eerste, de patatgeneratie, wordt ook gezegd dat het om zéér vrij opgevoede kinderen gaat. Kinderen wiens ouders een behoorlijk bekrompen opvoeding hebben gehad, waardoor de ouders weer zijn doorgeslagen de andere kant op. Dat herken ik zeker niet, maar mijn ouders zijn dan ook weer van vlak na de babyboom-generatie…

En, bij welke generatie hoor jij?

Advertentie