Het klokje van Benedictus

Al langere tijd studeer ik (af en toe) op ‘Een levensregel voor beginners’ van Wil Derkse. Het boek heb ik al jarenlang in huis, maar de afgelopen maanden ben ik me er pas echt op gaan toeleggen. Het paste heel goed bij mijn magische ochtenden. Even in stilte zijn, al schrijvend dichter bij mijzelf komen en korte tijd studerend lezen.

De afgelopen weken was het vooral het schrijven dat ik vol hield. Drie, of soms maar twee, volle pagina’s en dan vond ik dat mijn ‘eigen tijd’ lang genoeg had geduurd. Vandaag pakte ik heel bewust het boek van Wil Derkse er weer eens bij en las over de kunst van het beginnen en van het ophouden. Over het meteen reageren. Wanneer het klokje zegt dat het tijd is om te beginnen meteen van start gaan en wanneer het tijd is om op te houden (en aan iets anders te beginnen) eveneens meteen te reageren.

De kunst van het beginnen… *slaakt een zucht* Ik ben beter, veel beter, in de kunst van het begin uitstellen. Een hele dag werken, in de vorm van e-mail beantwoorden, mijn agenda beheren, taken verdelen over de week, met collega’s bijpraten, etc. om aan het einde van de dag doodop te zijn, maar geen letter op papier te hebben gezet voor dat belangrijke beleidsstuk. Tot natuurlijk de deadline voor zoiets belangrijks nadert en ik mijzelf een dag of dagdeel moet opsluiten om dat alsnog in orde te brengen. De kunst van het beginnen, het daadwerkelijk direct reageren als het tijd is om met iets te beginnen en om de grote, lastige klussen niet voor je uit te schuiven. Het is een thema waar ik de komende tijd wat meer aandacht aan mag geven…

Toen las ik door. En ik ging me realiseren dat ik misschien best wel de kunst beheer van het beginnen (als ik mijzelf er weer even toe zet… ) maar dat ik de kunst van het ophouden veel en veel lastiger vind. Het neerleggen van je werk, als het klokje zegt dat het tijd is voor het volgende (of voor de pauze die zo belangrijk is), dat is nog niet zo gemakkelijk. Excuses genoeg ‘het gaat net zo lekker’, ‘nog even dit afmaken’, ‘nog even deze laatste bladzijde / e-mail / tekst aflezen’. Of ’s avonds laat, nog even op Facebook/Instagram/twitter/mijn e-mail/een blog kijken of er de laatste 10 minuten nog iets nieuws is gepost. Ook dan is de kunst van het ophouden een lastige, en slaap ik geregeld later in dan ik zou willen. Maar hoe beter ik ’s avonds weet op te houden, hoe makkelijker het de volgende dag is om meteen te reageren op de échte wekker. En de dag daadwerkelijk te beginnen met een welgemeend Ja-zeggen tegen de dingen die op mijn pad komen.

De kunst van het ophouden, en mijzelf daarmee de ruimte geven om de kunst van het beginnen in haar volheid uit te kunnen oefenen. Dát is het thema waar ik de komende tijd op mag gaan letten.

Advertentie

Het persoon-willen-zijn

Als je in het onderwijs werkt, kun je er niet meer omheen. Hoogleraar Gert Biesta die het gesprek over ‘wat vinden wij goed onderwijs’ weer op de kaart zette. Hij heeft al heel wat geschreven over het onderwijs en zijn drieslag ‘kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming (of subjectificatie)’ moet inmiddels elke onderwijsprofessional bekend in de oren klinken. Deze week las ik een interview met Gert Biesta waarin hij het begrip ‘persoonsvorming’ of ‘subjectivicatie’ nader toelichtte. Bij het lezen van dit interview gingen mijn gedachten continue naar mijn eigen levensreis waarin mindfulness op dit moment een grote rol speelt.

(voor de niet-onderwijs-lezers alhier) Goed onderwijs omvat kwalificatie, leerlingen worden opgeleid naar een einddoel (diploma, overgang volgend onderwijsniveau, certificaat, etc.), socialisatie, waarin leerlingen leren zich te gedragen in sociaal verband (van de regels en mores in de klas/school, tot de (ongeschreven) regels in een samenleving) en personificatie, waarin leerlingen groeien als mens (hun eigen sterktes en zwaktes leren kennen en leren zich te verhouden tot de wereld klein of groot om hen heen).

Verkeersregels zijn belangrijk (socialisatie), maar ik hoop dat we meer meegeven op zondagse ritjes. Bijvoorbeeld (personificatie) het plezier in buiten zijn of een stukje milieubewustzijn.

Gert Biesta beschrijft de gronslag van ‘subjectivicatie’ als een vraag: “Wil je verantwoordelijkheid nemen voor je eigen leven?“. Subjectivicatie gaat nadrukkelijk niet over het doel om aan leerlingen, aan kinderen, te vertellen ‘hoe het hoort’. Dat is nou juist onderdeel van ‘socialisatie’ in het onderwijs. Maar ‘subjectivicatie’ gaat om de groei in de manier waarop leerlingen naar de wereld (durven) kijken, de manier waarop zij reageren en óf zij daar hun eigen rol en hun eigen aandeel in willen nemen.

Mindfulness is voor mij stil kunnen staan in het moment, om vervolgens je ervan bewust te zijn dat je een keuze hebt. Het maken van die keuze is dan eveneens een bewuste stap, in plaats van een reflexmatige handeling. En zelfs in situaties waarin we niets te kiezen hebben, kunnen we nog steeds kiezen hoe we die situaties ondergaan. Zoals ik ooit leerde in een cursus ‘seven habits‘: ‘you carry your own weather‘. Gert Biesta zegt: “Hoe je je verhoudt tot dingen waar je géén greep op hebt, dat moet je oefenen.” En daarmee raakt hij voor mij de kern van wat ik ieder kind, iedereen, zou willen meegeven. Ik las het ook van Pema Chodron in Falen – opnieuw falen – steeds beter falen. Het leven is vol onzekerheden, het enige wat je zeker weten gaat tegenkomen zijn momenten waarin het niet lukt. En dan is de vraag hoe je daar op reageert.

Welke houding neem jij aan wanneer er dingen op je pad komen waar je geen greep op hebt. Durf je op te staan? Durf je verantwoordelijkheid te nemen? Durf je ruimte te bieden aan de ander? Durf je toe te geven dat er iets verkeerd is gegaan, dat je iets anders had kunnen of willen doen? Durf je het ongemak te dragen? Durf je daadwerkelijk te voelen wat er op je af komt? Mindfulness is durven stilstaan en daarna een keuze maken. Je verhouden tot dingen waar je geen greep op hebt, is eveneens stilstaan en je realiseren dat je wel een keuze hebt. Durven stilstaan is een belangrijke eerste stap. Ik hoop nog heel vaak bewust stil te kunnen staan en ik hoop mijn eigen kinderen, en de kinderen die ik raak met mijn (onderwijs-)werk, de ruimte te geven en de vaardigheid te leren om dit ook te doen.

Patronen

Al langere tijd ben ik me bewust van mijn spirituele reis. Mijn burnout van vorig jaar heeft deze reis een extra verdieping gegeven. Na de eerste fase van tot rust komen, mocht ik de cursus mindfulness doen. Daar heb ik veel geleerd; vooral in bewuster, maar zonder oordeel en (ver-)oordelen, naar mijzelf kijken. En binnenkort begin ik met de vervolgcursus, ‘zelfcompassie’, waarin omgaan met je innerlijke criticus nog meer aan bod zal komen.

De afgelopen weken kwam ik Marjolein Mennes online tegen, de vrouw achter ‘Lieve moeders‘. Ik deed mee met haar vijfdaagse mindful moeder training. En deze week doe ik mee met de ‘Tijd voor jezelf – challenge‘. Gister, de derde dag van de challenge, ging het over je kind als leermeester, of eigenlijk wat je zelf te leren hebt in situaties waarin je jouw kind ‘lastig’, ‘druk’, ‘vervelend’, ‘irritant’, etc. vindt. Marjolein verteld hier over situaties die er zijn tussen je kind en jou waar je uit je slof schiet, geprikkeld reageert, je overvallen voelt en waarin je eigenlijk anders zou willen reageren. Ze merkt hier op dat het dan vaak zo is dat het gedrag van jullie beiden, de interactie tussen jou en je kind, jou in oude gedragspatronen doet vallen.

‘je zult ook gedragspatronen zien die haaks op elkaar lijken te staan’

De manier waarop Marjolein over oude patronen sprak, deed mij beseffen dat wij heel veel oude patronen met ons meedragen. Ik realiseerde mij dat wij een samenraapsel zijn van gedragingen die wij gaandeweg ons leven hebben gezien bij anderen en hebben overgenomen. Gedragingen van onze ouders / opvoeders zullen hier de grootste stempel in drukken. Daarin zie je, als je goed kijkt, de gedragingen van je grootouders eveneens terug. Maar je zult ook gedragspatronen zien die haaks op elkaar lijken te staan. Daar waar je hebt besloten, of waar jouw ouders hebben besloten, om het anders te doen dan hoe jij of hoe zij het als kind ervaren hebben.

‘Jij kunt kiezen of je wilt reageren, hoe je wilt reageren.’

In hoeverre zit je vast aan oude gedragspatronen? Als er iets is wat mindfulness mij geleerd heeft, en blijft leren, is dat je niet vast hoeft te zitten. Je begint met opmerken, open staan voor elke ervaring en voor jouw gevoel daarbij. Niet met het doel iets te veranderen, te herstellen. Maar met het doel de ervaring met aandacht aan te gaan. Op het moment dat je mindful, met aandacht, de ervaring kan beleven dan kun je als het ware tegelijkertijd op een afstandje gaan staan van wat je overkomt. Je kunt naar de ervaring kijken en zien wat er gebeurd. Je stapt even opzij en kunt niet alleen zien wat er gebeurd, je kunt een keuze maken. Jij kunt kiezen of je wilt reageren, hoe je wilt reageren. Je kan je oude gedragspatroon volgen, of je kiest een andere route.

Let wel, je moet geen andere route kiezen. Maar door even afstand te nemen, heb je wel de mogelijkheid om een andere route te kiezen. Je hoeft niet door te geven wat je van je ouders hebt geleerd, en je hoeft het ook niet radicaal anders te doen. Maar het mag wel. Of je kiest voor de gulden middenweg. Alles is mogelijk, als je af en toe de rust kunt vinden om van een afstandje te kijken naar jezelf.

Wat ik nou het mooie vind, is dat ik me ben gaan realiseren dat ik bepaalde gedragingen met me meedraag. Gedragspatronen die ik nou eenmaal heb meegekregen van huis uit. Helpend, of minder helpend. Gedragingen die ik, onbewust, aan het doorgeven ben aan mijn kinderen. En de realisatie dat ik het anders kan doen. Dat ik bepaalde gedragingen juist mag gebruiken omdat ze een goed voorbeeld zijn voor mijn kinderen. En dat is voor mij een verdieping van mijn spirituele reis. Het is een persoonlijke reis, maar wel een reis die van impact is op mijn dierbaren.

Bij welke generatie hoor jij?

De stille generatie (1930-1940)? De babyboomers (1940-1955)? Generatie X, nix, verloren generatie (1955-1970)? De pragmatische generatie, ook wel patatgeneratie (1970-1985)? Generatie Y (1980-1995), Generatie Z (1990-2000) of Generatie alpha (2000-2011)?

Zelf mag ik kiezen, lees ik. Begin jaren ’80 ben ik geboren dus ik mag me thuisvoelen bij de patatgeneratie en bij generatie Y. Die laatste ken ik overigens ook als ‘millenials’ maar dan zijn ze geboren tussen 1985 en 2000. Wat ik me dan afvraag is wie zoiets nou bepaalt. Hoe kun je nou een grens tussen twee generaties knippen tussen 31 december van het ene jaar en 1 januari van het volgende jaar. Ik moet dan denken aan een tweeling die rond middernacht geboren wordt precies op de grens. Dat maakt het absurdisme van die harde grens meteen maar duidelijk.

Wat een generatie natuurlijk wel kenmerkt, is hoe de wereld eruit ziet op het moment dat je opgroeit. Als ik om mij heen kijk, hadden wij het als kinderen in die jaren ’80 en ’90 erg goed. Onze vaders (over het algemeen) hadden allemaal een baan, en onze moeders (nog) niet. De computer kwam langzaam maar zeker in elk huishouden en over schermtijd werd amper gesproken. KinderTV was er dan ook alleen op woensdagmiddag en de zaterdagochtend kwam daar later bij (Telekids). Op de middelbare school kwam het internet op en werd onze wereld enorm veel groter. Inmiddels kunnen we niet meer zonder, en ook niet altijd goed mét, die enorme stroom informatie. We droegen t-shirts van Greenpeace waarmee we aandacht vroegen voor het oerwoud, voor met olie besmeurde vogels en de zure regen. Toen we prille pubers waren, was er heel veel aandacht voor SOA’s waar aids nog eens extra bovenuit stak.

Wat ik me later ben gaan realiseren, is dat ik behoor tot de generatie die het niet automatisch beter zal gaan doen dan zijn ouders. Mijn grootouders hebben altijd hard moeten werken en ook wel tijden gekend waarin elk dubbeltje omgedraaid moest worden om hun kinderschare (7 danwel 4 kinderen) te voeden en te kleden. Mijn ouders konden een eigen huis kopen om daar meteen na hun trouwen in te trekken en twijfel of er voldoende voedsel op tafel zou komen, hebben wij als kinderen nooit gekend. Dat eigen huis hebben wij inmiddels zelf ook, maar als we dat op één salaris zouden moeten bekostigen, zullen we heel wat uitgaven kritisch moeten bekijken. En hoe blij ik ook ben dat ik heb kunnen studeren en daardoor fijn en uitdagend werk kan doen (ik zou niet zonder willen!), het is toch ook wel luxe als je kan besluiten dat één van beiden thuis blijft bij de kinderen.

Ik voel me qua generaties een beetje heen en weer geslingerd tussen de pragmatische generatie en de millenials. Bij de eerste hoort het gevoel van ‘alles is mogelijk’ dat in mijn jeugd wel gold, bij de tweede het opgroeien in het informatietijdperk terwijl je toch de tijd zonder internet ook nog hebt meegemaakt. Bij de tweede schijnt ook een gevoel te horen van opgroeien in een tijd van terroristische dreiging (9/11 en daarna) en emancipatie (Barack Obama als eerste zwarte president). Hier voel ik me dan weer veel minder bij thuis. Bij de eerste, de patatgeneratie, wordt ook gezegd dat het om zéér vrij opgevoede kinderen gaat. Kinderen wiens ouders een behoorlijk bekrompen opvoeding hebben gehad, waardoor de ouders weer zijn doorgeslagen de andere kant op. Dat herken ik zeker niet, maar mijn ouders zijn dan ook weer van vlak na de babyboom-generatie…

En, bij welke generatie hoor jij?

Overgave

Gisteren las ik bij prinses op de kikkererwt over het (borst-)voeden van haar tweelingdochters en de overgave die daarvoor nodig is. Het maakte mij even weemoedig naar de prachtige, en soms ook lastige, periode waarin ik twee keer een baby mocht borstvoeden tot in de peuterfase.

“Dat het leven anders is, als je kleine kinderen te verzorgen hebt.”

Het woord overgave bleef hangen. Vanochtend fietste ik naar een yogales en realiseerde ik me dat het ouderschap volop bestaat uit overgeven. Een overgave die je niet bevat voordat je de zorg hebt over een kind. Een overgave die o zo logisch is als je een klein hummeltje in je handen houdt. Een hummeltje dat afhankelijk is van anderen voor voedsel, voor verzorging en voor liefde. Iedereen begrijpt dat je daar als ouders hoge prioriteit aan geeft. Dat het leven anders is, als je kleine kinderen te verzorgen hebt.

Diezelfde overgave blijft nodig, maar is veel minder vanzelfsprekend, als je kinderen groter worden. Wie anders dan de ouders kan zich overgeven aan een kind dat slecht doorslaapt en jouw nabijheid nodig heeft om donkere nachtelijke momenten te overwinnen? Wie anders dan de ouders komen op voor een kind dat op school extra aandacht moet krijgen? Wie anders dan de ouders fietsen op en neer naar school, zwemles, sport, muziek en moedigen de kinderen aan hun best te doen, om mee te doen, om zich te laten zien. Wie anders dan de ouders helpen hun kind speelafspraken te maken, cadeautjes te knutselen, groter te groeien?

En ja, veel dingen worden makkelijker als de kinderen groter worden. De basisbehoeften, zoals eten, slapen, schoon zijn, die worden steeds meer zelfstandig gedekt. Maar de basisbehoefte gezien te worden, een relatie te hebben met de wereld om je heen, om vertrouwen te krijgen en autonomer te mogen worden. Die behoeften moeten door de ouders gefaciliteerd worden.

Gelukkig voor de meeste ouders kun je die basisbehoeften samen creëren voor je kind of kinderen. Kun je stukjes ervan uit handen geven, aan de juf op school, aan degene die voor jouw kind zorgt als jij er even niet bent, aan familieleden die een rol spelen in het leven van de kinderen.

“dat ouderschap voortdurende overgave is.”

“En dat ik dat soms moeilijk vind.

Terug naar het woord overgave. Ik realiseerde me weer eens, op de fiets waar mijn gedachten rondzongen op het tempo van mijn pedalen, dat ouderschap voortdurende overgave is. En dat ik dat soms moeilijk vind. Ik wil graag mijzelf zijn, naast alle rollen die ik heb. Maar misschien kan ik me iets meer overgeven aan die rollen. Zodat ik mijn aandacht meer bij mijn kinderen heb, als ik bij ze ben. Maar ook meer bij mezelf kan hebben als ik dan even later op dat yogamatje lig. En weer meer de manager van het huishouden ben als ik in de supermarkt loop. Wat meer de professional ben, als ik achter mijn bureau zit en vervolgens thuis weer volop moeder en na kinderbedtijd partner kan zijn. Overgave aan elk van de rollen in plaats van telkens een verwaterde mengelmoes? Ik ga het eens proberen.

Overgave.